Konstanz-Santiago de Compostela 2013

Het raam "pelgrimeren" in de Kathedraal St.Etienne te Cahors.
Het raam "pelgrimeren" in de Kathedraal St.Etienne te Cahors.

Waarom ga ik op pad?

 

Vanaf 2006, toen ik samen met Thea mijn eerste stappen zette op een pelgrimspad naar Santiago de Compostela, heeft dit mij niet meer losgelaten. De jaren na onze gezamenlijke tocht in 2006 vanaf St.Jean Pied de Port groeide bij mij de wens om ooit eens een lange tocht naar Santiago de Compostela te mogen maken. Een droom werd het voor mij. Het leek mij gewoon prachtig om een lange tijd alleen met mezelf te zijn. Zoeken naar antwoorden op de vele vragen die ik had. Van huis uit zou ik dan gaan lopen. Op de dag (19-10-2012) dat ik stopte met werken (vroegpensioen) is alles in een stroomversnelling geraakt. Via internet kwam ik op een Duits pelgrimsforum met mensen in contact over de “Via Jacobi”, de pelgrimsweg door Zwitserland. Al snel liet ik het idee varen om van huis uit te gaan. Mijn weg die ik zou gaan lopen stond vast: over oude pelgrimswegen. Dwars door Zwitserland, Frankrijk en Spanje. Met name de Via Jacobi, Via Gebennensis, Via Podiensis, Camino Aragónes en de Camino Francés. Wegen met een rijke historie. Samen circa 2400 kilometer. Hiervoor denk ik ongeveer 100 dagen nodig te hebben. Natuurlijk ook heel benieuwd hoe het op zo’n lange tocht gaat met mijn diabetes en coeliakie. Vanwege rugklachten ga ik met een wandelkar. Hoe gaat me dat af?

 

Gedurende mijn pelgrimage hield ik trouw elke dag een dagboek bij op mijn mini ipad. Na mijn thuiskomst wilde ik hier iets mee gaan doen. Nu, dit boek is het geworden. Verwacht niet een opeenvolging van literaire hoogstandjes. Het is gewoon mijn dagboek, geschreven zoals ik mijn camino dag na dag heb mogen ervaren. Een boek met indrukken van de route ongerwaeg. Met verhalen van ongerwaeg. Met ontmoetingen van ongerwaeg. Met emoties van ongerwaeg. De titel die ik mijn boek heb meegegeven: Ongerwaeg… met een rugzak vol vragen.  Antwoorden hoopte ik ongerwaeg te vinden. Daarom ging ik ook alleen op pad. Hoewel ik vaak heb moeten horen: geis ze ganz allein op paad! Ja, alleen. Vrij zijn in doen en laten. Dit boek is speciaal voor Thea, mien leef. Zij heeft mij de vrijheid gegeven om mijn droom te verwezenlijken. Zij was ook mijn steun en toeverlaat (op afstand) tijdens moeilijke momenten ongerwaeg. Grote bewondering voor haar dat ze mij heeft vergezeld van Genève naar Le Puy en Velay. 14 Dagen lang door regen, hagel, sneeuw, kou en heel veel modder.

 

Hieronder enkele korte stukken uit mijn boek.

Zondag 28 april 2013.  Naar Konstanz.

 

Afscheid nemen                                    

 

Het heeft me goed gedaan, de gezellige afscheidsborrel die ik gisteren met familie en vrienden heb gehad. Fijn dat ze nog even gedag zijn komen zeggen. Vanmorgen ben ik al vroeg uit de veren. Ik merk dat ik behoorlijk nerveus ben. Mijn rugzak en wandelkar zijn er klaar voor. Ze staan in de keuken op mij te wachten. Vandaag begint mijn pelgrimstocht van Konstanz naar Santiago de Compostela. Lekker vrij zijn, lopen door de natuur en geen stress meer aan mijn hoofd, geen last van te drukke bazen. Ja, vandaag gaat het beginnen. Ik hoef alleen maar voor mijzelf te zorgen. Het is alsof ik droom. Laat die droom maar werkelijkheid worden. Eerst ga ik nog lekker met Thea ontbijten, miene sjat. Ik zal haar de komende maanden zeker gaan missen.

Maandag 29 april.   Naar Tobel/Tägerschen. 28 km

 

Aan de praat gehouden

 

Het is maandagmorgen, dit is mijn dag. Na een goede nachtrust sta ik om zeven uur op. Ik ontbijt op de kamer, waarna ik alles inpak en op de wandelkar bind. Om half negen ben ik er klaar voor. Ik heb er ontzettend veel zin in om op weg te gaan. Op weg naar…

 

Bij de grensovergang met Zwitserland tref ik een heel belangstellende dienstdoende douanier aan.

“Waar gaat het naar toe?” vraagt hij. “Santiago de Compostela”, is mijn antwoord.

"Oh ein ganz toller Weg ist der Weg durch die Schweiz". Hij raakt niet uitgepraat. Wie of wat intussen de grens over wil, wordt met een achteloos handgebaar toegelaten, zo van: komaan jongens, laat maar gaan. Na zo’n 15 minuten samen gekletst te hebben ga ik toch echt verder. Tschüss, auf Wiedersehn. Hier staat al de eerste wegaanduiding, een bord met daarop:  ‘Schwabenweg en Via Jacobi nr.4’.

Woensdag 1 mei.   Naar Rapperswil. 8 km

 

Kapotte hiel

 

Vanmorgen na een ouderwets boerenontbijt ga ik samen met Walter om 8 uur op weg. Buiten ziet het er veelbelovend uit. Walter gaat nog wat inkopen doen bij de bakker om de hoek en ik ga verder. Ongerwaeg krijg ik last van mijn hiel. Gisteravond zat er een behoorlijke wond. Vreemd dat ik er gisteren tijdens het lopen niets van gemerkt heb. Ik ben dan wel diabeet, maar dit had ik moeten voelen. Was ik dan gisteren toch maar even bij de Heilige Idda aangegaan. Ergens voor Gibswil heb ik er zoveel last van dat ik een extra pauze inlas. De schoen en sok gaan uit en ai … wat ik zie is niet goed. Een bloederige wond. Tranen rollen over mijn wangen. Potverdikke, hoe kan dit? Even zie ik het niet meer zitten. Moet het hier al stoppen!! Ik spreek mezelf vermanend toe: niet meteen het ergste denken! Ik probeer de wond zo goed mogelijk af te plakken en kijk of ik de schoen goed aan kan. Eenmaal weer op weg, voelt het niet echt lekker.

Zaterdag 4 mei.   Naar Brunnen. 26 km

 

Warme ontvangst na 1024 meter dalen

 

Wat een klote pad en dan zo steil. Ik citeer uit mijn wandelgids:

Bei Malosen beginnt der Aufstieg zum Haggenegg. Schritt für Schritt gewinnen wir an Höhe. Keine Frage, die Steilheit des Weges überrascht, am besten geht man es langsam an.”

Inderdaad, het gaat ook niet anders dan langsam an. Het pad lijkt veel op een oude Romeinse weg. Ik duw de kar voor me uit, wat een stuk makkelijker gaat. Zo heb ik een beter zicht op de stenen. Hoe hoger ik kom, hoe meer sneeuw ik zie. De zon laat zich intussen niet meer zien. Regelmatig moet ik pauzeren. Boven ligt nog veel sneeuw. Het geeft een voldaan gevoel als we eindelijk aankomen bij Gasthof Haggenegg. De klim heeft veel van mij gevergd, maar toch, het was een bijzondere ervaring.

 

Als ik bij het gastenhuis van het klooster aankom, word ik hartelijk ontvangen door zuster Irena. Wat een lieve aardige non. Aan mijn Duits hoort ze dat ik geen Duitser ben. Nein, ich komme aus der Niederlanden!

Meteen wat andere zusters erbij: ein Pilger aus Holland. Den müssen wir uns mal angucken!

 

 

Maandag 6 mei. Naar Lungern. 28 km

 

Te gast bij Vanamali

 

Na lekker te hebben gebadderd, drinken we samen een kruidenthee. Hierna kan ik aan tafel. Ze heeft een Indiaas recept gekookt. Rijst met brandnetel, vruchtjes, rode kool en kruiden en daarbij een zelf gemaakte yoghurt, aangemaakt met mango en een en ander wat ik niet kan thuisbrengen.

Maar heerlijk is het! Tijdens de maaltijd hebben we een gesprek dat voornamelijk gaat over kinderen. Over haar kinderen, Radhika en Noah. Waar ze duidelijk heel trots op is. Over de kansarme kinderen in India. Zij werkt hier in Zwitserland voor een stichting die zich inzet voor deze kinderen. Als ze mij vraagt of ik kinderen heb, breekt er iets in mij en word ik heel emotioneel. Zij kijkt mij zwijgend aan en haar blik geeft mij het vertrouwen om te vertellen....

Woensdag 8 mei. Naar Interlaken. 27 km

 

Daar sta je dan, voor de .....

 

Dan sta ik ineens voor... de Hängeseilbrücke over de Unterweidligraben. Ben ik goed verzekerd? Wat als? Even denk ik aan Indiana Jones. Ik neem alvast een schoenveter uit mijn rugzak voor als ik...

De overspanning is, schat ik 75 meter. Bij iedere stap schommelt de brug... effe een schietgebedje! Als ik in het midden sta, nadert vanaf de overkant een echtpaar. Ik vraag of ze een foto willen maken. Dat is goed. Heelhuids bereik ik de overkant en zie de anderen een voor een de brug op gaan. Elisabeth staat doodsangsten uit, ze heeft last van hoogtevrees en Schwindlichkeit. Als ik uiteindelijk in Oberried aankom, is het inmiddels twaalf uur. Ik zoek een restaurant waar ik kan eten. Salade, broccoli, friet en twee stukjes vlees. Het smaakt goed. Met een alcoholvrij biertje spoel ik alles weg.

 

 

Zaterdag 11 mei.  Naar Heitenried. 18 km

 

Ongeloof, tranen en weet ik wat nog meer

 

Ik vraag haar of ze bekend is hier. “Ja sicher”. Ze weet me dan ook te vertellen dat de Coöp aan de  Jacobsweg ligt. Als ik links de weg vervolg zie ik de kruidenierszaak al liggen. Met wagen en al trek ik door de winkel. Het is wel uitkijken geblazen dat ik met mijn kar geen stapel blikken omvertrek. Zij voeren het assortiment van Schär. Ik neem drie dubbele broden mee. Buiten stop ik alles in de rugzak op de wagen. Voorlopig hoef ik geen honger te lijden. Voordat ik verder ga, wil ik eerst mijn slaapplekje voor vannacht regelen. Ik bel met de Pilgerherberg in Heitenried. Een uiterst vriendelijke man staat mij te woord. Aha der Holländer mit dem Glutenfreiem Diät. Ik klapper met de oren. Hoe weet die dat?

 

 

Dinsdag 14 mei. Naar Vucherens. 26 km

 

Alsof ik door een schilderij loop

 

Ondertussen krijgen we ook nog wat Franse les van madam. (Une chambre= een kamer. Je cherche= ik zoek. Ce soir=vanavond)

Zo steken we nog eens wat op! Na deze les zijn we in staat om een kamer te reserveren. (hoop ik!) Kwart over acht zijn we vertrokken. Het belooft een warme dag te worden. De enige deze week, aldus madam Esnler. Voor de andere dagen: regen, regen! Oftewel: la  pluie, la pluie! En laat dat nou een Frans woord zijn dat ik helemaal niet wil kennen.

 

 

Vrijdag 17 mei.  Genève.

 

Wachten op Thea

 

Ook zijn er twee afbeeldingen van Jacobus te zien. Op een ervan staat Jacobus afgebeeld in een hermelijnen mantel. Eenmaal buiten staan al enkele groepen toeristen te wachten om met een gids naar binnen te gaan.

Ik volg nog een stuk route om te zien waar we morgen op aan moeten. Negen kilometer is het van de kathedraal naar de Franse grens. Als ik nog een stuk langs het meer wandel, is het gelukkig droog geworden. Ik doe nog wat inkopen voor morgen en verheug me op de komst van Thea. Om kwart over vijf ga ik naar het station om haar af te halen. Precies op tijd arriveert de trein. En ja hoor, ik zie haar in de verte al komen. Geëmotioneerd vallen we elkaar in de armen. Ik ben heel blij om miene sjat weer te zien. We laten de drukte van de stad voor wat die is en lopen meteen terug naar ons hotel. Nadat we ons hebben verfrist, zoeken we het restaurant op. Fijn om weer samen te zijn.

 

 

page loading