Camino Mozarabe 2018

Een pad is in mij geboren,

hoe ik het voel

hoe ik het hoor of

hoe ik het beleef.

Laat de magie, het pad

maar van mij overnemen.

Ik ga verder,

op een nieuwe camino.

Ik ga niet daarheen,

waar de weg naar toe gaat.

Ik vraag niet waarheen,

al is het een mooie weg. 

Ik ga gewoon daarheen

waar geen weg is,

en laat daar mijn spoor achter.

 

 

Na de pelgrimstocht over de Olavsweg in het hoge noorden vorig jaar, zoeken we het dit jaar op in het diepe zuiden. Een week of drie lopen over de camino Mozarabe. Ik heb er zin in. 11 April vertrek ik samen met Jan naar Almeria.

 

Dinsdag 1 mei

 

Naar huis

 

Vanmorgen wat langer kunnen liggen. Opfrissen, rugzak inpakken, hapje eten en dan op zoek naar een koffiebar. Malaga slaapt nog. Buiten de schoonmakers is er bijna niemand op straat. Gisteravond was het druk hier, erg druk. Ja, het zijn voornamelijk eettentjes en winkels. Alle terrassen die gisteravond drukbezet waren, zijn verdwenen. Zal ook wel te maken hebben met het schoonspuiten en vegen van de straten. Een lekkere bak koffie drinken we in een klein barretje. Dan lopen we om de tijd te doden nog wat rond. Gaan nog kijken bij een oude arena, waar stierengevechten werden gehouden. Op de terugweg naar ons appartement komen we langs de Iglesia del Sagrado Corazon de Jesus. De kerk van de Jezuïeten. Hij is open en binnen vragen we aan een man die kaarsen aansteekt, om een stempel. Een fijne stempel van deze kerk siert nu onze credential. Tevens is dit de laatste stempel. Twee credentials vol hebben Jan en ik bijelkaar verzameld. Nog een keer betreden we de 95 trappen naar boven, om onze rugzak op te halen. Dan met de taxi naar het vliegveld. Gelukkig kunnen we onze rugzakken gelijk  inchecken. Dao zien veur gelökkig van aaf. Nu wordt het alleen nog wachten, rondlopen, wachten en winkeltjes in en uit. Maar dat werpt ook zijn vruchten af. Jan vindt eindelijk een tuta voor zijn kleinzoon. En ut is onnog eine sjoeëne tuta. Om tien voor drie kunnen we instappen. Als we eenmaal zitten, begint het hevig te regenen en te onweren. Half vier staan we in de rij om te mogen opstijgen. Het is hier een komen en gaan van vliegtuigen. Een kwartier later zitten we in de lucht. De vlucht verloopt voorspoedig en om de tijd te doden, schrijf ik nog wat voor mijn blog. Half zeven landen we in Eindhoven. Nadat we onze rugzakken van de band hebben gepakt gaat het rap naar de uitgang. Hiej sjteit mien leef op mich te wachte. Ook Jan krijgt een hartelijk welkom. Zijn echtgenote Marij, zoon Jeroen en de twee kleinkinderen Mijs en Marijn zijn heel blij om pap en opa weer thuis te hebben. Thea en ik nemen afscheid van de familie en dan rap nao Oppe Ruiver.

 

 

 

Maandag 30 april

 

Naar Malaga

 

Vanmorgen weer eerst naar Cordoba. Om tien uur gaan we dan van hieruit met de bus naar Malaga. 

Na een busreis van drie uur zijn we rond een uur in Malaga. De laatste vijftig kilometer gaan door een prachtig landschap. Een mooie route omlaag naar de vallei en dan weer door de bergen omhoog. Bij aankomst vragen we bij een infostand voor een plattegrond van Malaga. De dame is zeer behulpzaam en vraagt ons waar we heen moeten. Appartamentos Universal Clemens. Ze kruist het aan op ons stadsplan. De weg er heen is goed te vinden. We komen langs de kathedraal en de Jacobuskerk, die op ons pad liggen. We zullen deze later bezoeken. Kwart voor twee staan we voor ons bij Booking.com geboekt appartement. Alles dicht. Geen mens te zien, alleen een poetsvrouw die het trappenhuis aan het kuisen is. Dao sjtaon veur den. Ik ga maar eens bellen. Helaas, na zes keer overgaan wordt de lijn verbroken. We schakelen de poetsvrouw in.  Zij heeft schijnbaar een ander nummer en krijgt contact. Over tien minuten zal er iemand komen. Oké we wachten af. Mer die tieën minute wuerd un oer en nog nemes. Ondertussen bel ik zelf ook nog twee keer. Maar de verbinding wordt steeds verbroken. We vragen aan een buurvrouw om het nummer te bellen. Zij krijgt wel contact. Ze spreekt Engels en legt ons uit dat iemand anders van een ander appartement komt. Even later belt mij iemand. In gebrekkig Engels wordt er van alles verteld. Ik kan er weinig van maken. Uiteindelijk tien minuten later komt een jongeman op de fiets aan. Hij stelt zich voor als Miquel. Weer krijgen we een heel verhaal te horen. Hij neemt ons mee naar een appartement dat hij verhuurd en het is dichtbij. Waat is dit veur unne ongerein. We komen aan op de Piazza Merced. Een groot plein met terrassen en hoge huizen met balkonnetjes. We gaan een gebouw in waar helaas de lift kapot is. Ja, dan maar 95 trappen op. Lekker met dae rugkzak op de poekel. Helemaal bovenin ligt ons appartement. Hij maakt excuses omdat het nog niet af is en dat de schoonmaaksters nog moeten komen. Dit regelt hij wel meteen. Ook wel nodig met al de stof op de grond en op de tafels. Geen bed opgemaakt, geen handdoeken aanwezig. We laten onze rugzakken staan en gaan op verzoek van Miquel maar zolang de stad in. Hij stuurt een app wanneer alles schoon is. Ook hebben we nog een heel gedoe met de betaling van dit appartement. We denken dat het al via de reservering is betaald, maar dat blijkt na wat heen en weer gebel met Booking.com toch niet het geval. Anna, te herkennen aan haar blonde haar,  zal het geld komen halen. Ich vinj ut allemaol waal good, waat ein gedeuns.

 

Oké dan, we gaan naar de kathedraal welke vlakbij ligt. Ook de Jacobuskerk die voor de kathedraal ligt, willen we bezoeken. Helaas is deze gesloten, maar schijnt tussen vijf en negen vanavond open te zijn. De kathedraal, waarvan de bouw begon in 1528 op de oude fundamenten van een moskee, is oogverblindend mooi. Tot 1782 is er gebouwd. Toen was het geld op en de rechter toren is hierdoor nooit afgebouwd. Om deze reden wordt ze in de volksmond ook wel ‘La Manquita’ genoemd: de eenarmige vrouw. De officiële naam luidt echter: ‘La Santa Iglesia Cathedral Basilica de la Encarnación’. Gewijd aan de Maagd van de Incarnatie. Het koor met zijn prachtige uit hout gesneden beelden. Ik zie de twaalf apostelen met een mooie Jacobus ertussen. De schitterende glas-in-lood ramen met zijn gebrandschilderde voorstellingen. Tjonge wat een pracht. Hij behoort niet voor niets tot een van de mooiste kathedralen van Spanje. We nemen een kijkje bij het Teatro Romano dat dateert uit de laatste eeuw voor Christus en werd gebouwd in opdracht van de eerste Romeinse Keizer, Caesar Augustus. Het theater werd later nog, tot de derde eeuw, gebruikt door de Moren. Het Teatro Romano is echter pas in 1951 weer ontdekt bij de renovatie van de bibliotheek en het gemeentelijk archief. De renovatie hiervan heeft tientallen jaren geduurd. Jan bezoekt nog het Alcazaba. Een vestigingsfort dat stamt uit de negende eeuw. Later in de elfde eeuw, is dit verder nog uitgebreid als onderdeel van de vestigingmuren rondom Malaga. Mijn energie is op en ik zoek een terrasje op.

Als we later samen op een terras zitten, krijg ik een app van Miquel. Het appartement is schoon, we kunnen erin. Dus terug voor een heerlijke douche. Na 95 trappen omhoog ziet het er bij binnenkomst schoon uit. Ik ga gelijk maar onder de douche. Helaas koud water. Een paar keer ronddraaien, dat is het dan. Als Jan ook klaar is, gaan we eerst wat eten. Daarna gaan we nog even voor een ommetje. We lopen voorbij de Jacobskerk en zien dat deze open is. Bij binnenkomst is de pastoor net bezig met het geven van de zegen. We lopen naar de sacristie en vragen voor een stempel. Deze krijgen we dan ook en de pastoor wenst ons een buen camino. We maken nog een rondgang door dit mooie eenvoudige kerkje. In het tabernakel boven het hoofdaltaar staat een mooi groot beeld van de Jacobus. Na nog een drankje, gaan we terug naar ons appartement. Weer die 95 trappen op, poehhhhh. Hoije   

P1040786_optP1040791-1_optP1040792-1_optP1040799-1_optP1040801_optP1040802_optP1040806_opt

Zondag 29 april

 

Een dagje in Cordoba

 

Vandaag gaan we weer terug naar deze stad met zijn prachtig oud centrum en Joodse wijk. Gisteravond troffen we nog oude bekenden in de hostal: Estejo, José en Matt.

Een hartelijk weerzien. Vanmorgen gaan we met de bus van twintig over negen naar Cordoba. Na een ontbijtje op de kamer, een koffie in de bar staan we om negen uur aan de bushalte die bij de hostel ligt. Ook Matt en José staan hier. Ze willen vroeg in Cordoba zijn om wat van de stad te zien. De busrit duurt vijfentwintig minuten en kostte gisteren twee euro en vijf cent p.p. Het verwondert ons dat we nu twee euro vijfennegentig moeten betalen. Och ut zal waal zien dét ut eine zóndaag is. In de bus vraag ik aan José wat zij betaald hebben. Hij laat mij zijn kaartje zien, 2.05 euro staat er op. Pech gehad. Gét ekstra zóndigsgeld veur de chauffeur.  

 

Om 11.00 uur zijn we bij de Mezquita-kathedraal. We willen om 12.00 uur de Hoogmis bijwonen. Eerst zullen de toeristen die binnen zijn in dit enorme complex eruit moeten. Tijdens de dienst kun je er niet zomaar rondlopen. Geduldig wachten we voor de ingang en we zijn niet alleen. Rond half twaalf maken de beveiligers de koorden los. Nadrukkelijk wordt er gevraagd of je voor de H. Mis komt en tevens wordt verteld dat je niet mag fotograferen. We zijn bij de eersten die binnengaan. Ik neem me de kans die geboden wordt om een paar foto’s te maken, zonder dat er al die toeristen op staan. Met de neus bijna op het altaar, zitten we in de tweede rij tussen oude Spaanse dames. De beveiliging houdt alles strak in de gaten. Voor zover ik zie zijn stoelen en banken allen bezet. Als de organist zijn plek heeft ingenomen en het koor er staat klinkt de bel. Het is 12.00 uur. Uit een van de zijkapellen komt onder gezang en begeleid door orgelmuziek een hele processie aan. 16 Misdienaars, hulpbisschoppen, (plebaan) deken en 4 andere geestelijke gaan het priesterkoor op gevolgd door de Bisschop.

Een Bisschop zoals het hoort of meerdere malen hebben gezien: waardig, een mijter, paars keppeltje en bolle buik.

Een mooie dienst volgt, begeleid met gezang door een gemengd koor en prachtige orgelmuziek. Indrukwekkend hoe dit klinkt in deze gigantisch grote Mesquita. Beveiligers houden alles streng in de gaten. Vier dames gaan rond met de mandjes voor een bijdrage. Bij hun terugkomst zie ik dat de mandjes rijkelijk gevuld zijn. Dan de vredeswens: Pace e Bene. Van de oudere dames links, achter en voor ons krijgen we een stevige handdruk. Uit de handen van de bisschop krijgen we de communie. Na de zegen en gezang is de dienst ten einde. Een van de beveiligers gaat pontificaal voor de mandjes staan. Dao kump mich nemes aan, dét sjtraolt ter oet. Kwart over een staan we weer buiten. Om 14.00 uur is er een nieuwe dienst.

 

Over de boulevard langs de Guadalquivir gaan we op zoek naar de Iglesia Santiago, jammer bij aankomst is deze zelfs op zondag gesloten. Waarom zijn zoveel kerken gesloten! Met zoveel mensen in de stad stel je toch ook je kerk open. Terug richting stad eten we een kleinigheidje. Hierna gaan we terug naar de Joodse wijk La Juderia. Schattig is deze wijk met zijn smalle kleurrijke straatjes en zijn velen prullariawinkeltjes. Maar wat is het er druk. We kijken of we wat voor onze liefjes kunnen vinden. Jan zoekt heel wat af om een tuta, voor zijn kleinzoon te vinden. En dat valt niet mee. Als we een beetje alles hebben gezien, gaan we enkele kruizen bezoeken van het festival Cruz de Mayo. Sjoeëne kruutse, väöl muziek en genóg drank. Tegen zessen lopen we richting busstation, waar om zeven uur de bus naar Santa Cruz vertrekt. Kwart voor zeven komt de bus en we kunnen er meteen in. Twee kaartjes naar Santa Cruz por perfor. 4.10 Euro zegt de chauffeur. We betalen en gaan zitten. Voor dat hij wegrijdt komt hij naar ons toe. Het blijkt dezelfde chauffeur van vanmorgen te zijn. Hij komt ons vertellen dat we teveel betaald hebben vanmorgen en geeft ons 1.80 euro terug. Det hae ós nog kós! En dat is nog eens klantvriendelijk! Als we aankomen bij onze hostal is er een grote alcoholcontrole, pal voor de deur. Een vermoeiende, maar mooie dag is voorbij. Douchen, eten, een heerlijk wijntje en dan plat. Hoije

 

P1040757_optP1040766_optP1040767_optP1040772_optP1040776_optP1040779_optP1040785_opt

 

Zaterdag 28 april,

 

Cordoba 

 

Mezquita en La Juderia

 

Vanmorgen met de bus van twintig over negen naar Cordoba. Alle pelgrims van de laatste dagen schijnen de bus te pakken. In Cordoba liggen busstation en treinstation naast elkaar en dicht bij het historisch centrum en de Joodse wijk La Juderia. Op het station bemachtigen we een stadsplan en gewapend hiermee, lopen we door een lang park naar het oude centrum. Smalle straatjes met prachtige huizen en veel musea zijn hier. We lopen door de Joodse wijk La Juderia met zijn talloze restaurantjes, barretjes en winkeltjes. Het eerste wat we gaan bezoeken is de onbeschrijfelijk indrukwekkende en imposante Mezquita. Entree bewijzen zijn redelijk snel gekocht en we maken ons op voor het zien van dit absolute hoogtepunt van Cordoba. Ik word er stil van als ik binnen ben. 2 Culturen, 2 geloven hand in hand geïntegreerd. Fotograferen van dit grootse bouwwerk is onmogelijk. Toch probeer ik hier binnen mooie kiekjes te maken. Hier zijn twee geloven vereeuwigd: het Islamitisch en het Christelijke, samengesmolten tot de Moskee-Kathedraal van Cordoba.

 

Wat een gigantisch bouwwerk. Wat een gigantische schoonheid op een groot grondvlak met velen honderden marmeren zuilen die bogen dragen, met prachtige mozaïeken en  versieringen, aparte verlichting en sfeer. Dit is Moorse bouwstijl.

Na een rondgang langs bijna alle kapellen in de oude moskee, komen we terecht in de kathedraal. Een kapel valt mij op n.l. die van Simon en Judas. Deze kapel toont een groot kruisbeeld met Simon en Judas links en rechts er van. Jacobus komen we in de kathedraal ook tegen. Op het hoofdaltaar als Morendoder. In de koorbanken een en al prachtig houtsnijwerk. Boven de koorbanken staan de twaalf apostelen. Ook hier ontdek ik Jacobus. Een prachtbeeld. Maar het meest emotioneert mij twee panelen in hout uitgestoken boven de koorbanken. Een waar Maria hoogzwanger gezeten op een ezel aan de hand van Jozef op zoek is naar een plek voor de nacht. En een waar de vlucht naar Egypte te zien is. Maria met het kindeke gezeten op de ezel aan de hand van Jozef. Prachtig.

 

Een kort historisch overzichtje:  

650: westgotische Basilica St. Vincent,

786:Abd-ur-Rahman 1 bouwt met als legitimatie de aanwas van het aantal Islamitisch inwoners een primitieve moskee,

833: uitbreiding door Abd-ur-Rahman 2,

951 Abd-ur-Rahman 3 bouwt een minaret,

1030: het kalifaat neemt in omvang af,

1146: ombouw naar een Katredraal/Godshuis. De Moskee was in de bloeitijd van het Califaat een gelijkwaardig pelgrimscentrum zoals nu Mekka.

 

We lopen nog wat rond en gaan aan de andere kant eruit. Komen terecht bij een groep studenten die prachtig staan te zingen en met veel emotie muziek maken.

Zeker ook indrukwekkend is de Puente Romana met haar 16 bogen over de Guadalquivir, gebouwd 1 jhr. v. Christus. De huidige brug is middeleeuws en in 1876 hebben de laatste verbouwing en aanpassingen plaats gevonden. In de Torre La Calahora is een interessante expositie ingericht over het Perzische leven, de cultuur en eigenheden.

Hierna dwalen we door de Joodse wijk en komen op verschillende plekken prachtige bloemenkruizen tegen. Het Cruces de Mayo is begonnen. Bij elk kruis veel muziek en drank. Mensen en kinderen op hun ‘Paasbest’ dansen, drinken en eten. Kruisen zijn met honderden/duizenden bloemen versierd, ook de omgeving van die kruisen staan er fleurig op.

Zo komen we uit bij het kruis van het Spaanse vreemdelingen legioen. Ogen en tijd te kort. Morgen komt een nieuwe dag. We pluizen een beetje uit wat we morgen willen gaan bekijken. Hoije

P1040747-1_optP1040698_optP1040703_optP1040708_optP1040714_optP1040745_optP1040732_optP1040753_opt

Zaterdag 28 april,

 

Santa Cruz

 

Kleine terugblik

 

Het einde is er. De camino Mozarabe zit er voor ons op hier. 

Onze start in Almería was geweldig. Mede ook door twee bevlogen mensen van de organisatie Camino Mozarabe daar, n.l. Veronica en Mercedes. Hun daar te ontmoeten was geweldig. Prachtige dagen langs en over de uitlopers van de Siërra Nevada met hun witte toppen. De mooie kleine dorpjes steeds op of tegen een bergrug gelegen. Het prachtige Monasterio in Granada waar we sliepen. De goede markering van de route. Eindeloze olijfboomgaarden waar we door liepen. Maar het is ook een pittige route geweest. Met heel veel bergop en -af. Pelgrims ontmoet uit: Amerika, England, Australie, Nederland, Zwitserland, Duitsland en Italie. Wat we ook ontmoet hebben zijn heel veel honden. De meeste aan een ketting, maar ook loslopend en verwilderde roedels.

Samen hebben we ervan genoten, van al dat mooie om ons heen. Nu hopen we nog twee dagen te genieten Cordoba, voordat we maandag 30 april naar Malaga reizen. Dinsdag 1 mei vliegen we terug naar Nederland. Voor het laatste deel van de camino Mozarabe van Cordoba naar Merida, komen we samen nog eens terug. 

 

 

Vrijdag 27 april

 

Castro del Rio - Espejo - Santa Cruz 23 km

 

De koffie hebben we hoog moet zoeken

 

Gisteravond hebben we zelf 'gekookt'. Bij de Dia, een  supermercado zijn we hiervoor inkopen gaan doen. Salada Rusa, pudding, erwten en worteltjes en tonijn. Hierbij nog een lekker wit wijntje om alles weg te spoelen. Het smaakte ons goed. Buiten op een muurtje voor de albergue hebben we de fles leeggemaakt en genoten van de geurende bloesem van de sinaasappelbomen. Als het ons te koud wordt, gaan we naar binnen, om het restant van ons wijntje op te drinken. Althans dat dachten we. In de gemeenschappelijke ruimte voor pelgrims, waar we ook gegeten hebben, gaan we naar binnen. Hier zit de vervelendste peregrina die ik ooit ontmoet heb. Oppe Ruiver zouwe ze zegge: dét is der ein, die haet haor op de ténj. Ik denk dat het een Amerikaanse is. We zagen haar eerder in de albergue Ruta del Califato. Ook hier meende ze even de lakens te moeten uitdelen. Ze hamerde er maar steeds op dat ze many, many camino's had gelopen. Gisteravond verleidde ze mij tot een woordenwisseling. Ze zit met een bord sla voor zich aan tafel en verzoekt ons op te hoepelen. Ze wil privacy. Wij zijn geen pelgrims en zijn maar alleen luidruchtig. Ze begint weer over haar camino's en de Europeanen zijn maar rare mensen. In onze ogen zit daar een psychisch geval. 

 

Vroeg willen we op pad zijn vanmorgen, maar goed ook. Terwijl we in de overblijfruimte ons ontbijtje eten, klaagt een pelgrim dat de WC verstopt zit en zelfs overloopt. Jan en ik hebben er gebruik van gemaakt maar zijn ons niet bewust dat we iets verkeerds hebben gedaan. Op gegeven moment is het potje vol zullen we maar zeggen. Het schemert nog en de gele straatverlichting maakt het slapende stadje tot een bijzonder plaatje. Castro del Rio uit gaat snel, echter moeten we een stuk langs de N-432. Eenmaal  weer in het veld komen we terecht in een mooie weidse omgeving. Het wandelweer is prima en na een uur lopen zien we in de verte Espejo al op een heuvel liggen. Hier hebben we onze koffiestop gepland. Wat ligt het mooi hoog. Ik zeg tegen Jan: de koffie voor vandaag moet hoog worden gezocht. Ongerwaeg is het genieten en we zien op ons pad nog een dode slang liggen. Zo te zien een jong exemplaar. (120 cm). Als we Espejo bereiken gaat het omhoog, nee zelfs fiks omhoog. Doe zals hiej mér woeëne. Boven aangekomen zien we op de Plaza Andalucia een barretje. 

Hup naar binnen. Koffie met een paar mini Magdalena's. Glutenvrij of niet, ik heb ze nodig met 2.8 op de meter. De bar zit behoorlijk vol. Hier valt mij op dat er ook vrouwen binnen zijn. Ut is pas kwart euver nege, wat doon die dén zo vreug al in de kroeg? Gezellig aaij tutte.

 

Na deze stop moeten we een stukje terug voor de route. Jan ontdekt een klein kerkje van de parochie de San Bartolome. En de deur staat open, dus naar binnen. Inderdaad heel klein van binnen. Achter langs het altaar staat een deur open. Komen we hier terecht in de sacristie? Of is het meer een archief. Een ding is zeker er hangt, staat en ligt van alles. De man achter zijn bureautje begint honderduit te vertellen. Hij maakt ons attent op denk ik een schat aan heel, heel oude boeken. Zonde hoe ze daar staan. Hij neemt er een uit en begint over Rotterdam. Het boek is van 1576, kwetsbaar maar zo te zien nog in redelijke staat. Hij opent het, brabbelt van alles en nog wat. Laat ons de beginpagina zien en zegt dat we er een foto van mogen maken. Dat doen we dus. Na het stempelen van onze credencial krijgen we ook nog een rozenkrans van hem mee. Danke señor. Hierna dalen we een stukje omlaag en komen bij het gemeentehuis uit waar ook een aanduiding van de route staat. Binnen vragen we voor een stempel en een alleraardigste jongeman helpt ons heel vriendelijk. Als we gaan, krijgen we nog een buen camino mee. We volgen de aanduiding naar beneden en moeten naar links een weg in. Een sterk dalende weg, afgesloten wegens werkzaamheden. Gelukkig kunnen we er overal goed langs. Onderaan gekomen wacht ons een verrassing. Vijf vrouwen liggen op hun knieën voegsel tussen de gelegde stenen te duwen. We zetten ze op de foto. Ze zien de lol er wel van in. Vriendelijke mannen wijzen ons waar we heen moeten. Ze stoppen met hun auto en maar wijzen zo van daar moet je heen. Heel leuk.

 

Eenmaal Espejo uit lopen we weer door de olijven, maar ook door de graanvelden. Voor het eerst in zulke grote getale aanwezig. Een beetje Meseta-achtig zegt Jan. Inderdaad dat is ook zo. Over mooie lange golvende paden, met af en toe een klimmetje schiet het aardig op. De zon is doorgebroken en het is warm aan het worden. Gisteren liepen we uren langs de uitgedroogde bedding van de Rio Guadojoz. Onderweg treffen we droogstaande rivierbeddingen aan, gezien het meanderende verloop en de sleuven die achtergebleven zijn verraadt het ook hoe grillig en minder vriendelijk de stromen zijn bij regenval in ander jaargetijde.           

Twee kilometer voor Santa Cruz moeten de schoenen en sokken uit om door de aanzwellende Rio Guadajoz te komen. Wel grappig natuurlijk en een foto waard. 

We komen uit op de N-432 en moeten een stuk hier langs. Gevaarlijk, er is veel verkeer, uitkijken dus. Als we de brug over de Rio Guadojoz zijn gepasseerd moeten we de weg over om aan de andere kant over de talude te kruipen en ons pad te vervolgen. Door de olijvengaard komen we in Santa Cruz aan. Ons onderkomen voor de komende drie nachten is zo gevonden. Hostal-restaurante Casa José. We melden ons, doen de gebruikelijke dingen en zitten nu op het terras. Hoije. 

P1040668_optJan-10Jan-11P1040664_optP1040669_optP1040674_optP1040676_optP1040677_optP1040667_opt

Donderdag 26 april

 

Baena - Castro del Rio 21 km

 

Dag samen gevat in een gedicht

 

Ohh heel veel gesnurk

een slechte nacht

Niet leuk, maar het is zo

en een nieuwe dag die op ons wacht

 

Gebarsten grond

verschroeiende aarde

Verder gaat het

twee pelgrims in waarde

 

Voor ons veel licht

achter ons heel donker

Staat iets te wachten

is het de donder

 

Gelukkig niks van alles

de zonnekracht is sterk

Lange paden door de olijven

vandaag is dat ons werk

 

Langs de Rio Guadojoz

niet meer dan een droge bedding

Negen kilometer lang

met prachtige flowers voor een wedding

 

Een klokkenspel uit de kerktoren

van Castel del Rio heet ons welkom

Vliegensvlug over de kilometers 

och 't is maar dat je er komt

 

Ons ritueel van twee wasjes

je zelf en je kleren

Zo leren ook pelgrims

de wasjes beheren

 

Dit is het voor vandaag

buiten is het dertig graden

We gaan op pad voor een....

jullie kunnen het wel raden

 

Proost.

 

Ger-2Ger-4Ger-5Ger-3Jan-7

Woensdag 25 april

 

Alcaudete - Baena 28km

 

Ut veldboeket en lange paden

 

Vanmorgen zijn we om zeven weg uit het hostal en gaan op zoek naar koffie. Deze is snel gevonden en we treffen er ook andere pelgrims. Zoals de twee 'muuskes', 2 oudere kleine vrouwtjes uit Duitsland, waarmee het moeilijk contact is te maken en de Zwitser met zijn Nederlandse vriendin. De koffie con leche is zoals altijd lekker. Dan zijn we op pad. Vandaag zal het een lange loopdag worden en het gaat weer steeds omhoog en omlaag.  Pittig genoeg zal ik zeggen. Ongerwaeg vanmorgen hebben wij het nog over het invullen van onze aankomende dagen. Gisteravond tot in den treuren gezocht naar een betaalbaar verblijf voor twee dagen in Cordoba. En dat viel niet mee. Booking.com, Trivago, Airbnb en weet ik welke nog meer. Nergens wat te vinden voor ons. Ja, of je moet er wel erg veel voor over willen hebben. En ich bön tensjlotte mer unne eenvoudige pensionada! Om kwart over tien staak ik het zoeken. Mien auge zeen veerkéntig. Wel schakel ik het thuisfront nog in. Misschien dat hier nog wat bruikbare informatie van binnenkomt. Ongerwaeg vanmorgen komen er dan ook verschillende apps binnen, maar veel info hiervan hebben we gisteravond al bekeken. Evengoed bedankt voor het meedenken. 

 

Ook bedenken we welk alternatief er nog voor ons is. Want Cordoba laten schieten, nee dat is voor ons beiden, hoewel wel even aan gedacht, toch geen optie. Die stad willen we toch zien.

Het lopen gaat de eerste uren vlot. We schieten goed op, ook al raken we ergens tussen de olijven ons pad kwijt. En aangezien mijn ipad en daarmee ook Mary buiten functie zijn, is het zoeken. Zoeken naar een speld in een hooiberg, zou ik willen zeggen. Maar speurneuzen als we zijn, vinden we een verdekte gele pijl tussen het wel erg hoge gras. Verder gaan we dan door een waar veldboeket aan bloemen. Prachtige bloemen kleuren ons pad. Na dertien kilometer komen we aan bij een grote waterplas genaamd: Laguna del Salobral. Met een prachtig uitzicht hierop houden we pauze. Ik merk dat er gegeten moet worden en als ik prik is dat ook zo. Genietend van het mooi uitzicht en de weerspiegeling van de olijfbergen in het water eet ik. Hopelijk genoeg koolhydraten om de rest van de dag mee door te komen. Deze laguna is een deel van het Humedas del Sur. Een groep van vochtgebieden in het zuiden van de provincie Cordoba. In de winter is de oppervlakte van dit water wel 89 ha. groot en daarom ook een geliefde rustplaats voor trekvogels. In de zomer droogt dit gebied bijna helemaal op.

 

Na onze rust gaan we verder. We dalen af en lopen met een bocht rond dit water tot we rechts hier vanaf gaan. De zoveelste klim voor vandaag volgt en er volgen er nog wel een paar. Maar ons hoor je niet klagen. De omgeving is mooi en een hele aangename temperatuur om te lopen. Ut is zeker neet heit vandaag en dét is mér good auch. Het laatste stuk gaat over een hele lange weg richting Baena. Voordat we deze plaats binnen lopen, komen we langs een raffinaderij voor olijfolie  en tevens wordt hier snoeiafval van olijfbomen tot compost verwerkt. Ons bed staat voor komende nacht in Albergue Ruta del Califato, deze ligt fantastisch op het hoogste punt van de stad, samen met de iglesia Sta. Maria la Mayor en de gerestaureerde burcht, een bijzonder plekje. Voordat we er arriveren steken we een in marmer uitgevoerd plein over, pikken een stempel mee bij het gemeentehuis en langs een schitterend langgerekt bouwwerk, mogelijk herbergt dit Casa de la Tercia het stadsmuseum.

Maar bij binnenkomst drinken en eten we eerst wat. Een heerlijke cerveza con limon gaat er in als hop, evenzo de tortilla. Hierna gaat het omhoog naar onze slaapplek. Aangekomen bij de albergue worden we ingeschreven, betalen we en de rest van deze vermoeiende dag is voor ons. Als ik gedoucht heb, kruip ik onder de wol. Jan heeft nog fut genoeg om erop uit te trekken. Die heeft een tomeloze energie.  Fijn, mer ich gaon sjlaope. Ich höb de piep ganz laeg. Tja, pelgrimstochten wandelen kost energie. En voor vandaag is die van mij op!

 

Wat betreft ons eventueel verblijf in Cordoba het volgende: We hebben besloten om morgen naar  Castro del Rio te lopen. Overmorgen gaan we dan naar Santa Cruz. Hier heeft de hospitalero van de albergue Ruta del Califato voor ons een hostal gereserveerd voor drie nachten. Deze plaats ligt 22 km voor Cordoba. We kunnen vanaf hier met de bus twee dagen op en neer naar Cordoba. Beiden vinden we dit een hele goeie oplossing. Wat de prijs betreft, een schijntje met een tweedaags verblijf in Cordoba. Nu zitten we op de Plaza de la Constituciôn onder de bogen te eten. Wel wat aan de late kant voor mij, maar heerlijk om de dag zo af te sluiten. Hoije

P1040628_optP1040629_optP1040630_optP1040632_optP1040634_optGer-1Jan-5P1040642_optP1040644_opt

Dinsdag 24 april

 

Alcala la Real - Alcaudete 24km

 

Ruta del Califato

 

Gisteravond onder het eten zagen we bij het Spaanse nieuws dat in Sevilla en wijde omgeving een noodweer is geweest met veel regen en onweer. Op de weerkaart laten ze voor vandaag zien dat er een brede kern van onstuimig weer komt. Wij vragen ons af of wij hier ook een portie van krijgen. Het weerbericht op mijn i-pad zegt: in de middag 40% kans op regen met onweer.  Och veur zalle zeen waat ut geuf

Na een koffie in een barretje zijn we op tijd op pad. Naarmate onze dag vordert zijn de voorspellingen gisteravond niet aan ons besteed, gelukkig maar. Een schitterende dag is het en dat dan ook nog door een schitterende omgeving. De hele dag een glooiend pad, wat niet al te lastig is. Eerst komen we door grote kersenboomgaarden die vol in de bloesem staan. Wat een magnifiek gezicht. Later zijn het de olijven. 

Hoog op de bergen zien we regelmatig torens uit de vroegere Moorse tijd. Via deze torens werd er gecommuniceerd met elkaar, hield men de regio in de gaten en men had een goed zicht over wat er daaronder zoal gebeurde.

Frappant is dat er nu op veel toppen zendmasten staan. Over communicatie gesproken. We lopen hier over wat eens de 'Ruta del Califato' was.  Veel elementen herinneren aan de overheersing van Al-Andalus. Als in de tiende eeuw de  pelgrimstochten naar Santiago de Compostela een aanvang nemen, gaan ook uit het zuiden van Spanje, dat in die tijd Islamitisch is, christenen, de zogenaamde Mozaraber op weg naar het noorden.

 

De markeringen beginnen in Granada bij het Real Monasterio de las Madras Comendadores de Santiago. Op deze prachtige plek sliepen wij. De markeringen gaan over de bergketen bij Moclin tot Alcala del Real, verder over Baena naar Cordoba. Tussen dit stuk (Granada naar Cordoba) volgt de Mozarabischer Jacobsweg de route van het kalifaat. Nu een toeristische route over historische wegen.   

De pijlen volgend komen we bij de tunnel uit die ons onder de N-432 zal brengen naar de overkant. Vijftig meter verder staan we stil. De weg is weg en we moeten een beek met waterval over zien te komen. Jan doet zijn rugzak af en heeft niet in de gaten dat het route boekje tussen de heupband zit. Gevolg: zijn route boekje ligt een meter dertig lager in de beek. Hij springt omlaag, vist zijn boekje op. Ja, die Jan is niet voor een gat te vangen. Ik geef hem zijn rugzak aan en hij brengt deze naar de overkant. Dan geef ik hem mijn rugzak en ik laat me omlaag zakken om aan de overkant te komen. Een klein beetje survival hoort ook bij de camino. In het plaatsje Ventas del Carrizal stoppen we dan voor de koffie. Veertien kilometer zijn vliegensvlug onder onze zolen voorbij gegleden. Weer verder wijzen twee oudjes ons de weg. Sjoeën is ut, dét m.n aaijere miense zoewe begaon zien met pelgrims.

 

Het is heet en van regen, onweer of geen spoor. Nee, de zon staat hoog aan de hemel. Tussen de olijfbomen wordt hard gewerkt. Takken worden ertussen uit gezaagd. We denken dat ze dit doen om de zon er beter in te laten komen. Maar ook zien we vele tractoren met spuitinstallaties erachter. Als we zo'n installatie nader bekijken, is deze aan de achterkant bij de grote ventilator die voor de verneveling zorgt, helemaal blauw. Jan denkt dat ze blauwzuur gebruiken om de struiken cq de hele klein olijfjes te beschermen. Nooit geweten dat olijven werden gespoten. Als we Alcaudete binnen lopen, komen we langs de Ermita Nuestra Señora de la Fuensanta, een klooster. We lopen er even binnen voor een stempel, maar helaas,niks te stempelen. Uiteindelijk bereiken we onze hostal voor vandaag.  Nao betaele, sjtempele en eine lekkere kaaije op ut terras is ut tied veur ós zelf. Op de rekening staat tevens de code voor de wifi al. Gelukkig niet zo ingewikkeld als op veel andere plaatsen. Na een goeie wasbeurt gaan we het dorp in, en brengen o.a een bezoek aan het Castillos met net er voor de Iglesia Santa Maria. Helaas is alles gesloten. Zien veur daorom dae berg opgekraope! Vandaag stop ik met een klein gedichtje voor mijn lief. 

 

Ohhh mijn Olijfje

je bent een lekker wijfje

Je bent een lekker stuk

ohhh mijn Olijfje 

Ik ben op jou helemaal tuk

Janjan-3P1040617_optP1040618_optP1040616_optP1040609_optjan-1P1040624_opt

Maandag 23 april

 

Tózan - Alcala la Real 23 km

 

Prachtige kleuren onder grijze bewolking.

 

Waard Marcelo maakt de rekening op en komt tot de pelgrimsvriendelijke prijs van € 50,00 all-in. Goed gegeten, lekkere wijn, ontbijtje, iets minder geslapen door de krachtige wind die de overkapping van het terras in beweging hield. Staat tegenover dat onze handdoeken opnieuw in de rugzak konden blijven en het wasje drooggeblazen werd. Marcelo brengt ons naar een plek waar de weg het caminopad kruist, naar schatting 1 km onder Moclin. In de nabijheid van een Via Ferrata: waar ik gisteren klimmers bezig zag in een mooi lopende traverse. De 'huisraad' op de rug en aan de wandel. Thuis begint voor iedereen een werkweek, thuis of het werk, naar school of opvang. Wat is leuker of uitdagender?

Wij gaan een prachtige etappe tegemoet ondanks de dreigende grijze bewolking. De bermen van de holle wegen en paden zijn kleurig: grote distels, op gerbera's  lijkende paarse bloemen, margrieten, wikke, koolzaad en mooie kersenbloesem. De regio legt zich steeds meer toe op de productie van o.a. kersen, avocado en we lopen onderweg langs hele grote percelen groene asperges met donkere koppen. Asperges waar de verwende Limburger al gauw ‘nee’ tegen zegt en de veiling waarschijnlijk geen belangstelling voor heeft. De veelal buitenlands lijkende stekers moeten dieper bukken, de asperge groeit niet op bedden en hun beloning zal niet aan een CAO gebonden zijn. Voor Cequia een paar dikke druppels, we schuilen onder een droogliggende voormalige wasplaats. Het gidsje vermeldt dat we 3 bars tegenkomen, dat klopt. De eerste is dicht en staat te koop, de 2 andere willen op maandagmorgen kennelijk niets verdienen. Ik geloof dat Ger zich verveelt zonder het schrijven van zijn blog, ik geef het aan hem over. Wellicht tot weer. Jan.

Nog even dit. Op mijn vraag of het ook na een dag of 12 voor Ger uit te houden was met mij zegt hij volmondig 'jao dét geit goot'. En dat is wederzijds. 

 

Achter Cequia komen we voorbij de kaasmakerij met de mooie naam: Queseria Siërra Sur. We gaan naar binnen, krijgen een mooie stempel en wat kaas om te proeven. Ook wordt er een kruikje rode wijn voor ons neer gezet. No, no señor genne wien, veur motte nog ein sjtök. Wel kopen we een stuk lekkere kaas, die bij Jan in de rugzak verdwijnt voor morgenvroeg. Bij onze vraag naar koffie, wordt ons verteld dat aan de grote weg een tankstation met bar ligt. Driehonderd meter vanaf het punt waar de camino op deze weg komt. Maar onze gids vertelt de waarheid, 750 meter zijn het. Toch gaan we er heen. De koffie is lekker en ik eet een broodje en banaan uit de rugzak. Zoot gét aan de liege kantj. Weer op pad voert de weg ons een stuk langs deze drukke verkeersweg. Verderop rechts het veld in, gelukkig. Grote aspergevelden waar ze volop aan het oogsten zijn. Dat deze groene asperge hier nog uit de grond komt. De grond is helemaal ingedroogd. Over verschillende beekjes en smalle paadjes naderen we Alcala la Real. Hoog boven op een rots ligt de vesting Fortaleza de la Mota. Een Moors bouwwerk dat in vijftienhonderd  op de binnenplaats de Iglesia Sancte Maria de la Major Abacial kreeg, boven op de voormalige moskee. Het verdedigingsfort werd door een serie wachttorens vervolmaakt. Deze stonden rondom de stad en dienden om het contact met andere burchten in de regio te onderhouden. Aangekomen bij onze slaapplek in de Hostal Zacatin gaan we eerst de bar een bezoek brengen voor een pilske. En dét sjmaak veurtreffelijk. Ut ingelke duit weer goot werk. Hoije. 

P4230158_optP1040607_opt23-4_optP1040609_optP1040608_opt

Zondag 22 april

 

Pinos Puente - Moclin 17 km

 

Olieve, olieve, olieve

 

Om een slaapplek voor vandaag te vinden in Moclin hebben we gisteravond nog van alles uit de hoge hoed moeten toveren. De twee pelgrimsonderkomen waren vol. Alternatieven waren: met de taxi naar Moclin vandaag en dan gaan lopen naar Alcala la Real. Dit wil dus zeggen dat we de route naar Moclin moeten overslaan. Ik bel met Jorge van de pelgrimsorganisatie van Granada-Jaen. Hij gaat kijken wat hij kan doen voor ons. Later op de avond krijg ik een app van hem. Hij heeft een slaapplek geregeld in Tozan 7,5 km achter Moclin. Ene Marcelo komt ons in Moclin bij de Cuartel de la Guardia Civil ophalen. Ik hoef hem maar te bellen als we er zijn. Zijn telefoonnummer staat in de app. Mooi geregeld Jorge, gracias. 

 

Vanmorgen zijn we om half acht op pad naar Moclin. Onze gids zegt twaalf km door de olijfboomgaarden en drie km over een pittige klim van Los Olivares naar Moclin. Pinos Puente uit raken we al snel tussen de olijven. Prachtig lopen is het en de uitzichten geweldig mooi. Wat een uitgestrektheid aan olijfbomen in de dalen, tegen de hellingen.  Mooi dat we deze etappe toch kunnen lopen. Uiteindelijk komen we in Los Olivares voor de koffiestop. Als we aan de koffie zitten, komt de waard onze credential stempelen en wil even in onze gids neuzen. Zal dae Duits kenne? (mijn gids is Duitstalig) Maar nee, hij kijkt naar de vermelding van zijn bar in onze gids. Trots laat hij het ons zien. Bar Los Martinez in de Calle Rafaël Alberti en hij steekt zijn duim omhoog. 

Dan beginnen we aan een fantastisch mooie klim door een grillig berglandschap naar boven. We volgen de gele pijlen, maar ook de lokale aanwijzing PR-A84 Ruta del Gollizno. Drie kilometer lang is de klim. Maar wat krijgen we prachtige plaatjes voor onze ogen. Het zou toch zonde zijn geweest als we dit hadden overgeslagen. Ongerwaeg veel wandelaars, maar allemaal lopen ze omlaag. Een populair pad zo te zien. We krijgen een eerste blik op het Castillo de Moclin uit de dertiende eeuw. Duidelijk te zien is hoe het ooit heeft uitgezien. In het Arabisch heette dit Castillo: Hisn al-Muqlin. Na een prachtige klim zijn we rond twaalf uur boven in Moclin. Een lekker pilsje bij een barretje is onze beloning. Daarbij nog een salata mixta en we kunnen er weer even tegen.

 

Ik bel met Marcelo in Tózan. Over een kwartier pikt hij ons op bij de afgesproken plek. We betalen en lopen er alvast heen. Op dit punt staat een prachtige markering van de Camino Mozarabe. Een foto waard. Misschien iets om in glas te maken. Als we bij Marcelo in de auto zitten, gaat het door een werkelijk schitterend landschap naar zijn Hostal in Tózan. Morgen brengt hij ons terug naar plek waar hij ons heeft opgepikt. Mooi is dat, zo kunnen we toch de hele route lopen naar Alcala la Real door dit schitterend landschap. Marcelo heeft ook onze slaapplek in hospederia Zacatin daar al geregeld. Geweldig toch! Na het eten om vijf uur gaan we nog een stuk door het dorp lopen. Geen mens te zien, maar het is tenslotte ook domingo/zondag. Alleen maar blaffende honden. Velen liggen gewoon op straat. Wat is dat hier dat in al die dorpjes waar we door heen zijn gelopen, zoveel honden rond lopen. Ik weet het niet. Hoije

 

Moclin met het imposante castillo boven op de heuvel, binnen de muren de kerk del Pano uit de 16e eeuw en Casa del Pósito. Het kasteel, opgericht in 13e  eeuw maakt deel uit van een ingenieuze verdedigingsnetwerk rondom Granada met 33 kastelen/forten/burchten en diverse vooruitgeschoven wachttorens voor de communicatie tussen die vestingwerken. Bij de laatste restauratie heeft men Romeinse resten aangetroffen evenals, tekeningen in grotten en hunebedden. Het 400 inwoners tellende dorp is een gewilde pleisterplek voor wandelaars. Ruim 1000 jaar oud en in de jaren honderden jaren lang het strijdtoneel geweest van verovering, her-verovering, en wapenstilstand.

 

 

Als afsluiting van deze mooie dag, nog een gedichtje.

 

Vanmorge op de tied vertrokke

oet Pinos Puente

Met in ós gezamenlijke pötje

auch nog get cente

 

Vandaag door bergen en dalen

vol met olieve

En nemes dae ós

de waeg zal wieze

 

Ein pracht sjtök door de olieve

höbbe veur ónger ós veut

Ongerwaeg auch nog eine sjtop

veur gét koffieleut

 

En auch óndanks dae létste

pittige klim nao Moclin

Haaije veur der same

ein lekker tempo in

 

Van al dét sjoeëne

höbbe veur genaote

Eine lange weg door de olieve

dao zal ich ut biej laote

P1040593_optP1040598_optP1040596_optP1040597_optP4220152_optP1040602_optP4220150-1_optP1040599_opt

Zaterdag 21 april

 

Granada - Pinos Puente 21 km

 

Een verrassend weerzien!

 

Gisteravond naar de H.Mis in de kapel. Een prachtige kapel, rijkelijk versierd met het rode Tempeliers zwaard. Maar ook Jacobus is nadrukkelijk aanwezig. De zusters, allen voorzien van een witte cape met het rode Tempeliers zwaard erop gedrukt, zitten achter ons achter flinke ijzeren tralies. Wij zitten mooi in de bank bij de plaatselijke bevolking. Een oudere pastoor doet de viering. Slaat onder de preek herhaaldelijk met zijn vuist op de kansel en aan zijn wilde gebaren te zien is hij kwaad. Konden we maar alles verstaan. Waem wét wat dao allemaol verteld is gewaore en waem de windj van veure haet gekrege!  Tijdens de mis komen er steeds mensen binnen. Oude mensen, maar ook jonge grieten. Ook altijd een mooi gebaar, het elkaar de hand geven met de wens: Pace e Bene. Vrede en alle goeds. Net voor de communie komt een jonge meid binnen. Neet dét ich ut neet gaer zeen, mér veur in ein kapel haet ut ein te kort rökske aan. As dae pesjtoer dét zoog, kos der nach éns duchtig oppe praeksjtool houwe!

 

De zusters hebben een heerlijk ontbijt klaar staan vanmorgen. Ze hebben goed gezorgd voor ons. We nemen het ervan. Als we weer de rugzak op de poekel hebben en het grote ijzeren hek openen, zijn we weer op pad. De route pikken we op bij het klooster. Het is rustig in de stad, gelukkig maar. Toch zien we dat Granada ontwaakt. Daklozen, die in portieken liggen te slapen, richten zich op. Hoe kom je zover en hoe hou je zo'n leven vol? vraag ik mij soms af. We komen langs het oudste Moors bouwwerk van Granada het: Coral del Carbon. Helaas is het nog dicht zodat we alleen een foto kunnen maken van de toegangspoort. Er tegenover ligt de Alcalceria. Vroeger was dit een Moorse zijdewijk. Nu liggen hier in deze prachtige steegjes veel boetiekjes. Langs de kathedraal lopen we verder weg de stad Granada uit. Over een mooi wandelpad tussen weg en tramrail met verschillende bronzen beelden verlaten we Granada. Maar eruit zijn we nog lang niet. Verschillende buitenwijken doorkruisen we. Raken veelvuldig de weg kwijt om tenslotte in Maracena weer op de camino te komen. Dan lopen we door de velden met veel koolzaad in bloei naar Atarfe voor een bakje koffie. Heerlijk, na twee dagen eindelijk weer eens op tijd koffie.

 

Hierna komen we op een weg terecht die ons kilometers lang langs een spoorlijn voert over een asfaltweg. Een overgang met een groot contrast, mooie bergpaden of asfalt. Een ander groot contrast is dat de achter ons liggende bergen met hun sneeuwtoppen verdwijnen in het heiïge. Ook valt ons op dat we in een landbouwgebied lopen met grote preivelden en groene asperge. Al deze velden worden van water voorzien via een ingenieus watersysteem. Noem het maar irrigatiekanalen. Op een aspergebed zien we een jongeman met bossen groene asperge slepen. We vragen of we een foto mogen maken. Geen probleem. Het valt ons beiden op dat hij wel een erg Inca uiterlijk heeft. We naderen Pinos Puente en bij binnenkomst wacht ons een verrassing. Veronica, Mercedes en Paco zien ons lopen en al toeterend stoppen ze hun auto langs de weg. Een welkom is zoals je van Spanjaarden kunt verwachten, heel warm met stevige omhelzingen en kussen. Hun hier te treffen verbaasd ons. Ze waren naar de albergue gaan kijken voor de pelgrims. Hun advies: niet heengaan. Te smerig. Ze adviseren ons hostal Montserrat wat vlak achter ons ligt. Een gedreven organisatie, deze mensen van de Jacobusvereninging van Almería.

 

Op naar Restaurant Montserrat annex hostal, dat we op hun aanwijzing zien liggen. Dat ziet er allemaal prima uit en de prijs is ook oké. Nadat we de dagelijkse klusjes afgewerkt hebben: douchen, wasje doen, waslijntje spannen van raam naar deurkast, schoenen laten luchten, gaan we op zoek naar die andere overnachtingsplek. Dét wille veur waal ens zeen dao. Daarvoor lopen we een buitenwijk van het dorp door langs de rivier. We passeren huizen waaraan je ziet dat er met niet al te veel zorg voor de buitenkant en de omgeving wordt gewoond. Dit gedeelte van Pinos heeft niets extra’s te bieden buiten de bijzondere brug over de Rio Cubillas die tevens zorgt voor een tweedeling van deze plaats. Van deze uit de 7e eeuw stammende Visigotische brug is een gedeelte goed geconserveerd bewaard gebleven. Het hart van deze plaats herinnert aan de Romeinse tijd de randbebouwing ademt een vreemde sfeer, rommelig, soms smerig en naar mate we het einde van het dorp bereiken beginnen we een idee te krijgen: het lijkt een enclave van ‘gastarbeiders’ die waarschijnlijk op het platteland hun geld verdienen. Zij doen denken aan Cubanen?, Inca’s?, Mexicanen?. Overwegend kleine gedrongen mannen met hun gezinnen levend in een in onze ogen armoedige situatie. 

 

Maar er is nog een verhaal. Pinos Puente speelde en speelt een belangrijke rol als ‘voedingsgebied’ voor Granada én bij de ontdekking van Amerika.  Let op, Columbus is al op weg naar Frankrijk, met de wetenschap dat de financiële ondersteuning voor zijn expeditie door de Spaanse kroon tegenvalt. Echter Koningin Isabella 1  besluit eenmalig anders en stuurde Columbus een boot achterna die hem beviel terug te keren. Bij die ontmoeting werd een verdrag getekend dat Columbus voorzag in alle noodzakelijkheden voor de reis. Die ontmoeting en ondertekening vond plaats in dit Pinos Puente.

Het antwoord op de veronderstelling dat we door een ‘enclave liepen met buitenlanders’  wordt gegeven door de serveerster als we vragen waar in Pinos een supermarkt te vinden is: in Pinos zijn heel veel Gitana’s, die verkopen echt van alles maar ze suggereert dat het geen zuivere handel is.

En dan die andere Albergue. Op het erf treffen we eerst een jongeman in trainingspak aan. Die roept een 2e iemand, en dat is een boom van een kerel, type grove bolster, blanke pit. Een Spaanse berghond aan de ketting ligt op zijn hok, er ligt van alles aan rommel en ik zie rondlopende ezels. De man is vriendelijk en gaat ons voor naar een schuur.  Boven de schuurdeur een heuse Jacobusschelp. De deur gaat open, een kale schuur en achter plastic 6 tot 8 bedden. Een tafel en een paar stoelen. Een bureau waar achter hij, de eigenaar, gaat zitten om een mooie stempel te zetten. We stoppen een donativo in de bus en nemen afscheid. Inderdaad geen uitnodigende ambiance en ik ben blij dat we in een gespreid bedje slapen vannacht. In het gastenboek zie ik dat we de bezoekers zouden zijn geweest met nr. 1000 en 1001. Dat is toch een respectabel aantal verzameld in de loop der jaren. Onze Roermondse Broederschap St. Jacobus zou daar erg blij mee zijn. Hoije.

P1040575_optP1040579_optP1040578_optP1040580_optP1040582_optP1040583_optP1040585_optP1040586_optP1040588_opt

Vrijdag 20 april 

 

Quentar - Granada 18 km

 

Halfweg!!

 

Vandaag gaat het naar Granada. Steil omlaag verlaten we Quentar. Je zult maar oud worden in dit dorpje, liggend tegen een berghelling en waar geen weggetje vlak is. Veel oude mannen lopen dan ook met een stok. Als we onder aan de bergrivier zijn, volgen we een mooi geitenpaadje. Dan weer links, dan weer rechts van het riviertje. Stiekem denk ik: t zou ich waal de hiele daag wille. Maar na een half uur komt dit paadje uit bij de verbindingsweg, die we moeten oversteken. Wat volgt is een lange vermoeiende klim over een breed grindpad. Na de lange dag van gisteren gaat het vanmorgen erg moeizaam. Ook vandaag ongerwaeg geen koffie. We lopen wel door een uniek berglandschap. Steeds maar omhoog, dan weer omlaag. We zien de restanten van een oud aquaduct. Maar ook om ons heen de prachtige groene bergen en dalen, met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Siërra Nevada. Ik merk dat het me enorm veel moeite kost. Ook blijf ik maar aan het eten. Alle energie die ik eet, vlieg er weer uit. Veel gemeten ongerwaeg en steeds rond de vijf. Niet al te hoog maar ja, wat wil je met deze inspanningen. Ondanks dit alles is het vandaag een fantastische tocht. Het laatste stuk volgen we de Rio Darro naar beneden.

 

Granada, we hebben een eerste zicht op het hoog op de heuvel liggende Alhambra, wakend over de grootse stad die voor ons ligt. Links van ons de snel stromende Rio Darro en rechts de eerste huizen. Een rommelige uitstraling, een typische buitenwijk met een aantal barretjes, geen koffie wel cervessa, sterke drank, muziek en temperament, rasta kapsels en aankondigingen van Flamenco-concerten, alternatieve kleding en wietdampen. Een aantal politiemensen op de been, hun auto’s duidelijk in het straatbeeld geparkeerd, maar ogenschijnlijk ‘relaxt’ aan het buurten met bewoners die op straat verblijven of de door de zon gebruinde kroegbaas. Granada wil graag de stad zijn van veelkleurigheid, creativiteit en artistieke uitstraling: daar slagen ze door de indrukken die we opdoen tijdens de binnenkomst wat mij betreft prima in. Toeristen kuieren langs de souvenirwinkels, volle terrassen en tientallen gidsen aan het werk die een groep ouderen op sleeptouw hebben. Daaronder grote groepen Chinezen op Japanners, laten we het samenvatten met Aziaten.

 

Het Alhambra is niet in foto’s te vatten, zo groots en machtig op die heuvel boven de kolkende stad: verkeer door nauwe straatjes, winkeltjes, eethuizen, terrassen  en héél veel mensen. Kleine sfeervolle hoekjes met terrasjes, het heeft iets flower-power-achtigs, de  aankleding, inrichting en de mensen

die er gebruik van maken of er werken.

Uiteindelijk kunnen we na twee eerdere pogingen bij de derde bar een kop koffie krijgen. Inmiddels half twaalf maar de koffie smaakt er niet minder om Als we het centrum inlopen, zoeken we onze weg naar het Monasterio de Monjas Comendadoras de Santiago. Als we hier aankomen zijn Jan en ik er van overtuigd dat we op een bijzondere plek terecht zijn gekomen. We worden welkom geheten door een zuster uit India. Dik twintig zusters zijn hier, waarvan maar twee Spaanse.

 

Ze vertelt ons een beetje de regels, wijst ons waar we morgenvroeg kunnen ontbijten  en zegt er ook bij dat om zes uur vanavond de H. Mis is. Deze gaan we dan ook bezoeken.

We krijgen van haar een mooie kamer met twee bedden en een douche. Na alle gebruikelijke taferelen gaan we de stad in om de Cathedraal te bezichtigen. Een pracht bouwwerk zonder meer. Maar ook voor een Peregrino is de entree vijf euro. Wel krijgen we nog een mooie cello voor in de credential. Bij onze rondgang komen we langs de Capella Santiago. Hoog gezeten op zijn paard zien we hier Jacobus   als de morendoder. Boven het hoofdaltaar staan in een cirkel grote beelden van de twaalf apostelen.

Na ons bezoek aan dit prachtige bouwwerk, drinken we op een terrasje een welverdiend pilsje cq pilsje con lemon.

 

Hierna lopen we nog wat door de stad en zien verschillende straatartiesten zich een centje bijverdienend. Ik vergeet helemaal dat ik nog voor glutenvrij brood moet gaan kijken. Rond half vijf gaan we wat eten. Ik zie een paar lekkere gerechten, maar helaas ze zijn op. Dan maar friet met vis. Jan eet tordilla met een lekkere salade. Willen we om kwart voor zes terug zijn voor de avondmis dan moeten we haast gaan maken. Ik moet nog ergens wat brood zien te vinden. Farmacia's, natuurwinkels, ze zijn er genoeg. Maar helaas geen pan sin gluten. Jan heeft er een goed tempo in. Met in zijn hand een stadsplan zigzaggen we door Granada heen. Bij een grote supermercato ga ik snel even naar binnen. En jawel hoor: pan sin gluten genoeg. Dan snel terug naar het klooster.

Bij aankomst vertelt de zuster ons dat de avonddienst verzet is naar half negen vanavond. bbe veur ós dao  de bein ónger de vot veur oet gerent.

Maar nu hebben we nog alle tijd om verslag te doen van alle indrukken van deze dag. 

                                                                                              

Granada: druk, veel jongeren en studenten, pleintjes en hofjes, eethuisjes, sjieke ouderen, ‘n geweldige Kathedraal en Moorse wijk, kerken en winkeltjes, straatmuzikanten, statige gebouwen, brocante, alternatief, speels en ook een beetje duurder!

Héél bijzonder is de schitterende ligging van deze stad, dat zien we ook de volgende dag wanneer we meerdere malen terug kijkend vaststellen: een stad die omarmd wordt door indrukwekkende witte toppen.

Als afsluiting een klein gedichtje. Hoije.

 

 

Aan de muur een kleerhanger,

met eraan een shirt, onderhemd en onderbroek.

Het hangt in het zonnetje, 

lekker te drogen in een hoek

 

Op een stoel een oud manneke

met zijn voeten in het water.

Ondergedompeld in een kleurrijke lampet

mijn opgestoken duim zorgt voor geschater.

                

 

P4190106_optP4200120 ()_optP4200122 (2)_optP1040545_optP1040547_optP1040549_optP1040568_optP1040571_optP1040558_opt

Donderdag 19 april

 

La Peza - Quentar  27 km

 

Langs de Embalsa Cerro de los Bermejales.

 

Gisteravond op tijd naar bed. Thea mailt nog met de vraag ‘wie geit ut uch same’. Hierop zullen we vanavond antwoorden. Vandaag staat ons een zware lange dag te wachten. We moeten naar 1400 mtr hoogte en onderweg geen enkele mogelijkheid om iets te drinken, laat staan koffie. (30 km, 25 graden) Wel staat in de wandelgids beschreven dat er een plek is waar het smeltwater goed drinkbaar Siërrawater levert. Nou ich bön génne baekwater drinker. Om kwart voor zes maakt Jan me wakker. Waal erg vreug. Maar dat hadden we afgesproken. We willen gewoon op tijd aan het lopen zijn. Vannacht behoorlijk last gehad van de kleine teen aan mijn rechter voet. Hij klopte behoorlijk. Een vervelende blaar onder een oude blaar op het puntje van de teen. Och mien klein tienke tog, op ut puntje ein en al blaor. Ik trek er vanmorgen een gelkussen over en zet dit vast met fixomull. We ontbijten op ons kamertje in de albergue en om even voor half zeven trekken we deur achter ons dicht. Op weg naar een nieuwe dag op de camino. Het is nog donker en als twee spoken slingeren we ons naar het startpunt voor vandaag bij de Iglesia. Hier gaat het linksaf gelijk de lucht in.

 

Gisteravond hebben we dit punt even bekeken. Een oud mannetje op het bankje wees ons op de weg. Si, si señor, manjana. Ol la la en hae sjudde met zien hendje zoewe van, mer det wuerd zwaor. Omhoog gaan we door dit nauwe straatje met hier en daar een lamp. Af en toe vangen we een glimp op van de flecha amerillas (gele pijl). Het is steil en ik heb er veel moeite mee. Kan jaloers op Jan worden die hier rustig met de armen gekruist omhoog loopt. Eenmaal boven gekomen begint het langzaam lichter te worden. De zon maakt zich achter ons sterk om boven de bergen uit te komen. Deze opkomende zon levert wel een paar mooie foto’s op. Over een mooi breed grindpad lopen we kilometers lang door een prachtige natuur. De morgen ontwaakt en onze blik wordt alleen maar mooier. Grillige rotsformatie, uitgestrekt dalen en een mooi pad krijgen onze ogen te zien. De vraag van gisteren,  ‘waarom er een kanon op de stempel van de Albergue staat afgebeeld wordt beantwoordt als we klimmend omhoog langs de ruïnes van een fort lopen.

Mary liet ons gisteravond een afkorting zien over de Gr 3201. Weliswaar een verharde weg maar dat nemen we voor lief. Het scheelt toch in kilometers en hoogte meters.

 

Ook loopt deze weg langs het Embalsa Cerro de los Bermejales. Het loopt lekker hier. De route trouwens loopt op enkele meters van ons af door een uitgedroogde Rio. Ongerwaeg gaan we over de Puerto de Los Blancares 1297 meter. Na een pauze vervolgen we ons pad een stuk door en langs deze Rio, met rechts boven ons de Gr3201. Uiteindelijk komen we hier ook weer op uit, na wat gesjravel. Richting de Embalsa krijgen we mooie rotspartijen te zien, grillig en lieflijk. Ongerwaeg komen we geregeld wielrenners tegen. Misschien zeen veur “ozze” Tom waal dae hiej in de Siërra Nevada op trainingskamp is. Als wij langs de Embalsa lopen, zoeken we een plek voor te eten. De koolhydraten vliegen bij mij naar binnen, de hele dag al. Door regelmatig mijn bloedsuiker te meten hou ik alles in de gaten. En wat ben ik blij dat de waardes steeds heel goed zijn. Na onze eetstop gaan we verder richting Quentar. Ongerwaeg wijst Jan mij op haken in de bergwand. Hier op deze rechte wanden wordt volgens Jan geoefend. Nieks veur mich, laot mich mer met alle twieje de veut op de grondj sjtaon. Voor Jan roept dit natuurlijk herinneringen op. 

 

We naderen ons einddoel voor vandaag. Maar drie kilometer voor Quentar maakt Jan mij attent op een bar. Ik, met mijn neus in de i-pad was hier straal aan voorbij gelopen. Een heerlijke bak koffie, zonder meer en dat na dik zes uur lopen. Na de koffiestop komen we na een kilometer weer op de originele route. Over een smal paadje dalen we af naar onze slaapplek voor vandaag, Fundalucia Geusthouse. Op deze plek is tevens de pelgrimsherberg van Quentar gevestigd. Bij aankomst is de verrassing groot. Ik mag wel zeggen: een unieke locatie. We krijgen een mooie 2-persoonskamer met badkamer. Na het inschrijven, stempelen etc. is het snel douchen. Ik verwissel mijn infuussysteem na de douche, verzorg mijn kleine teen en hang mijn wasje op. Hierna gaan we samen het dorp verkennen. Buiten in het zonnetje wordt lekker gegeten en.....gedronken. Eine pot beer biej aankomst sjmaak altied lekker. Het eten is goed. Hier buiten op het terras genieten we ervan. Voor mij paella en voor Jan inktvis. Ut haet good gesjmaak. Wat de avond nog brengt, we zullen zien. Hoije.

 

 

Op de vraag van Thea: 'wie geit ut same' en 'wat dinkse van diene wanjelmaat' hoef ik niet lang na te denken. Een week samen op pad. Een prettig mens om mee op pad te zijn. Maar ook zeker een gevoelsmens. Ongerwaeg hebben we dan ook al de nodige gesprekken gevoerd. Emotionele gesprekken, maar ook hedendaagse kal. Een man met een luisterend oor en steeds bedachtzaam in de woordkeuze. Maar ik heb hem ook leren kennen als een zorgzame vader met veel liefde voor zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen en schoonfamilie. Een bijzonder plekje in zijn hart nemen zijn drie kleinkinderen Mijs, Marijn en Tiebe in. Iedere dag komen ze wel in een gesprek voorbij. Heel leuk en mooi dit te horen. Zijn algemene interesse en brede kennis in heel veel dingen was mij wel een beetje bekend. Ik ken hem wel langer dan vandaag. Heel mooi vind ik ook zijn verhalen over de tijd dat hij met studenten ging kamperen, klimmen etc. Maar ook kan Jan genieten van het landschap en tot vandaag hebben we genoten samen. Genoten van wat de Camino Mozarabe ons tot nu toe heeft gebracht. Hier zullen zeker nog twee mooi weken bijkomen. Es God b’leef.

 

Ja , ja, die vraag van Thea: ' wie geit ut uch same' en 'waat dunk uch van einanger'. 

Ik heb bewondering voor de secure manier waarop Ger omgaat met zijn glutenvrij moeten eten en zijn diabetes. Goed opletten wat en hoeveel te eten. Ger is een rustige, ingetogen wandelmaat. Op de zelfde golflengte ervaren we storingen die andere veroorzaken b.v. een arrogant iemand, haantjes gedrag. We wijzen elkaar op details in het landschap, zijn geduldig met en op elkaar. Ger is als zijn rugzak eruit ziet en ingepakt is, alles makkelijk vindbaar en zorgvuldig. De behoefte aan overzicht, wat er gaat gebeuren verdraagt niet veel onverwachte gebeurtenis. Gesprekstof is er voldoende, genieten van de stilte in het landschap ook. Wat we prettig vinden, graag doen interesse en passie delen we. Dat geldt ook voor een glas Rioje. Ger weet dat ik elke morgen graag een tijd 'thuis ben', de kleinkinderen, Marij, onze jongens en hun meiden. Ik voel geen ongeduld of storing in onze dagelijkse activiteit. Ben wel een beetje jaloers op zijn digitale vaardigheden een handig maatje met tips voor mooie fotografie.  O ja, dit wil ik ook geschreven hebben: Ger is heel blij met zijn Thea. Dat blijkt uit hetgeen hij vertelt, de zorg voor het dagelijkse blogverslag en de manier waarop Thea liefdevol haar werk doet.

P1040523_optP1040533_optP1040525_optP1040524_optP1040528_optP1040537_optIMG_20180419_175101_optP1040534_optP1040536_opt

Woensdag 18 april

 

Guadix - La Peza  23 km

 

Grillige rotspartijen

 

Na ons gebruikelijk kort ontbijtje zijn we weer 'on the road'. Zo te zien zal het een uitnodigende dag gaan worden en zullen we niks te kort komen. Moeder natuur heeft ons veel te bieden. Vandaag voert ons de etappe door de bergdorpen Purullena, Marchel en Cortes de Graene. God wat lopen we door een prachtige streek. Door holle wegen, door bossen, over grillige bergen en dalen. De km.’s op de Camino Mozarabe krijgen we niet zomaar cadeau. Onze koffiestop voor vandaag is in Purullena. Verder gaat het dan naar Marchal. Ook hier weer veel Cuevas.  Ongerwaeg prachtige vergezichten op grillige rotspartijen. Door veel olijfgaarden zakken en stijgen we weer met steeds weer een verrassing hoe de omgeving eruit ziet, achter elke bocht een ander landschap. Langzaam naderen we Graena, volgens Mary het laatste dorpje om iets te nuttigen. Maar we vergeten helemaal om hier te stoppen, wat wel de bedoeling was. Hielemaol in trans van al det sjoeëne om os haer. Onder het lopen merk ik dat ik aan de lage kant zit met mijn bloedsuikerspiegel.

 

Ik meet via de sensor op mijn arm de waarde: 3.6  Niet goed. Snel wat limonade en een energiereep. Als we weer een uur aan het lopen zijn meet ik nogmaals: 4.6 is nu de waarde. Ik vraag Jan om mijn banaan achter in de rugzak te pakken. Hier denk ik het mee te redden tot in La  Peza, onze stopplaats voor vandaag. De laatste vier kilometer trekken zich wel erg lang. Een stuk gaat door een droge beek en de rest over een verharde weg. Op een hoogte van elfhonderd meter zien we La Peza liggen in de kom van een dal. Via een stenig pad dalen we over een steile weg omlaag. Hier aangekomen treffen we nog vier pelgrims. Samen lopen we het dorp in. Ongerwaeg komen we de hospitalero tegen, die ons meeneemt naar de albergue municipal. De albergue ligt op het terrein van de bomberos (brandweer) Een mooie plek waar we een kamer krijgen met een stapelbed. We schrijven ons in, krijgen een stempel en dan rap onder de douche. Ons wasje hangt in het zonnetje te drogen, wat willen we nog meer. Nu zitten we in bar Oscar met een koel glas witte wijn. Hierna eten we nog wat en genieten van deze mooie dag.  Ook hier staat zoals gewoonlijk de tv aan. Spanjaarden zitten gepassioneerd te kijken naar de Feria de Abril in Sevilla met z’n stierengevechten in alle bloederigheid, een enkeling imiteert zittend de bewegingen van de toreador.  La Peza onderscheidt zich op de stempel van de Albergue Municipal door de afbeelding van een kanon. Geen idee en ook niet kunnen achterhalen wat dit betekent. Overigens is het een herberg-donativo, redelijk ruim in een oud schoolgebouwtje/annex cultureel centrum met keukenvoorziening en 4 slaapkamers.

Proost en Hoije.       

P1040509_optP1040501_optP1040517_optP1040512_opt18-4_opt

Dinsdag 17 april

 

Alquife - Guadix 23 km

 

Kleine dorpjes met prachtige namen

 

Vanmorgen zijn we om acht uur aan het lopen. Heerlijk loopweer onder een staalblauwe hemel. Gen sjaopewölkske is te zeen. Na de eerste klim te hebben bedwongen over een pad van steenslag dalen we helemaal af naar de kom van het dal. Op en af gaat het dan verder. We moeten een bergriviertje over en zoeken het bruggetje. Het bruggetje komt mij bekend voor. Ik zag de reparatie hiervan op de Facebook pagina van de Jacobsvereninging van Almería. Het is vier weken geleden weggeslagen door de zwelling van het bergriviertje. We steken over en klimmen dan omhoog naar het dorpje Jerez del Marquesado. Mooi gelegen met op de achtergrond de 3088 meter hoge Picos Jerez met zijn witte muts. In de klim komen we Margret tegen, samen met Matt. Ik vraag Matt om Jan en mij op de foto te zetten, met op de achtergrond de Picos Jerez. Geen probleem. Bij binnenkomst van het dorp is er de wekelijkse markt. Eerst gaan we het gemeentehuis binnen voor een "cello" (stempel). Een aantal marktkramen worden opgetuigd en vullen het plein: kleding, fruit en vis worden aangeboden. We kopen fruit voor onderweg.  In het gemeentehuis zet een niet geïnteresseerde medewerkster de stempel op zijn kop. We weten dat er een aantal km. volgt waarop er geen voorzieningen zijn. Ger moet wat eten en neemt een omelet met tomaten, voor mij te vroeg op de morgen.

 

Zonder stop 3 uur door een dal met links en rechts loodrechte wanden, geërodeerde aarde: indrukwekkend en ook verlaten! Wat boffen we met het mooie weer. Hierdoor hebben we steeds een prachtig zicht op de  besneeuwde toppen van de Siërra Nevada. Dalen en stijgen. Soms pittig, soms lieflijk. In Colgollos de Guadix drinken we koffie. Dan verder door een mooie streek waar ook nu weer de nodige zwerfhonden zitten. Gelökkig allein mer blaffers, gen bieters! Als we Guadix bereiken komen we terecht in een dorp met veel cuevas (grotwoningen). Via een boog om het dorp heen komen we in de buurt van de kathedraal. Volgens afspraak bel ik met Gabriella. Zij zal ons bij de kathedraal oppikken en ons naar de refugio brengen. Een leuke meid komt ons een half uur later ophalen en ze kwebbelt wat af. Ze brengt ons naar Casa de la Escultora uit de 15e eeuw. Wat een prachtige plek. Zongermier de sjoonste toet noe toe.  Een prachtig oud huis, met in het midden een mooie patio. Gabriella de hospitalera geeft ons een kleine rondleiding.

 

Kleine stadswandeling

 

Met Paco van de pelgrimsvereninging Almería maken we vanavond een kleine rondgang. Rond zeven uur naar de Iglesia Jacobeo. Een sobere maar daarmee een statige kerk. Bijzonder is natuurlijk het beeld van Jacobus, hoog boven het altaar, verder 2 afbeeldingen van Jacobus aan de muur, een met het zwaard in aanslag en het andere verbeeldt de verschijning van Maria aan Jacobus. De Iglesia is verbonden met het klooster van slotzusters. Achter tralies, die de kerk van het klooster scheiden, zien  we een slotzuster wegduiken. Paco brengt ons als een volwaardige stadsgids naar de restanten van het  Romeinse Theater, de contouren en restanten van zuilen geven een indruk. Terug bij de Kathedraal het verhaal over de bisschop van Guardix die met de Moren een pact sloot waardoor de stad buiten de schermutselingen bleef.

 

Stadsbewoners die de belastingen niet konden betalen, werden verbannen naar de cuevas aan de rand van de bebouwing. Belastingverhoging om de Moren goed gezind te houden. Nu is het mogelijk om in cuevas te overnachten: Hotel Cueva la Ermita, bij het binnenkomen van Guardix. Paco wijst ons op diverse details aan de gevels van de Kathedraal: beeltenissen van 7 bisschoppen, een kelk, plaquettes met teksten. We bekijken de contouren van het voormalige Romeinse theater, de restanten van zuilen en zien op zijn IPhone een foto van hoe het er ooit uit heeft gezien. Het stadhuis aan de Plaza Mayor mogen we in, de raadzaal en het balkon met uitzicht op het rechthoekige met arcades omgeven plein. Dat van Salamanca in het klein. Een bijzonder 'toetje' op een mooie dag waarbij nogmaals vernoemt de geweldig mooi Albergue met oude meubels, prachtige ruimten: o.a. oude haardkeuken, salonkamer.

 

17-4_optP1040443_optP1040455_optP1040463_optP1040458_optP1040464_optP1040471_optP1040470_opt

Maandag 16 april

 

Huenenja - Alquife 18 km

 

Bergtoppen, bergpaadjes, amandelen

 

Vanmorgen om zeven uur opgestaan. We dachten aan een lekker bakje koffie in het barretje van gisteren. Om half acht vanmorgen staan we voor de deur. Potverdikke nog ens aan toe, gesjlaote. Buiten op de stoep eet ik een potje yoghurt en muesli. Met nog een paar droge crackers gaan we dan maar op pad. Een koude wind waait ons om de oren en een jack is dan ook geen overbodige luxe. Eenmaal het dorp uit gaat het de amandelstreek in. Met een prachtig blik op de sneeuwtoppen van de drieduizenders links van ons.

Onze tocht gaat vandaag over bergpaadjes door prachtig streken. We kijken rechts van ons uit op een groot windmolenpark. Heerlijk lopen is het over een glooiend pad door de bergen. Als we in het dorpje Dolar aankomen gaan we eerst een bar binnen voor een bakje koffie. We treffen er Margret ook. Zij zit zich heerlijk te warmen aan de houtkachel. Ze heeft het ook koud. Weer eenmaal op pad komen we al snel in het dorpje Ferraia. Ook weer zo'n plaatsje dat prachtig gelegen is met op de achtergrond de besneeuwde toppen. We stoppen hier niet en vervolgen onze weg door dit dorpje. Mooi dat ze de camino Mozarabe door deze dorpjes laten gaan.

 

In elk dorpje heb je ook een infopunt voor deze camino. Meestal gevestigd in het gemeentehuis, waar je ook een stempel kunt krijgen. Als we dit dorpje uit zijn en weer in de weidse wereld lopen, komen we steeds verder in de amandelstreek terecht. Paarse bloesem in overvloed. Aan veel boompjes hangen nog amandelen terwijl deze een volle bloesem dragen. Ik pluk er enkele en kraak ze tussen mijn tanden. Ze smaken werkelijk verbazend goed. Wat krijgen we weer mooie plaatjes voorgeschoteld. In de verte zien we een burcht of een oude Moorse vesting op de top van de heuvel liggen. Wat een plaatje. We lopen inmiddels op een hoogte van bijna 1300 meter. Als we over een bergrug lopen, zien we dat er een heel dorp voor deze burcht ligt. Ik kijk op ‘Mary’ en zie dat we het dorp Calahorra naderen. Bij binnenkomst gaan we gelijk het eerste restaurantje binnen. Een lekker stuk tordilla gaat al smeltend over mijn tong naar binnen. Heerlijk! Een warme kop thee erbij en voor Jan een koffie con leche en we kunnen er weer tegen. 

 

Klein stukje geschiedenis:

 

Castillo de La Calahorra

 

In het Moors aandoende La Calahorra ligt net buiten dit dorp het uit de 15e eeuw stammende Castilla pontificaal boven op een heuvel. Een machtig massief vierkant bouwwerk en ogenschijnlijk onoverwinnelijk. Gebouwd tussen 1500 en 1513 door Rodrigo Diaz de Mendoza (markies van Zenete). Nu een nationaal historisch monument. Gebouwd is het op de restanten cq ruïnes van een oude Moorse vestiging. Het kasteel was een van de eerste bouwsels van de Renaissance in Spanje.  

De Arabieren noemden het "Galat-alhorra" wat bastion of toren van vrijheid betekent. In de Middeleeuwen heette het "La Calahorra de Alquife". Dit Renaissance-kasteel werd in recordtijd gebouwd door de Markies van Zenete, die zich tegen de legers van Ferdinand de Katholieke moest beschermen vanwege het schaken van een vrouw.

 

 

Met de blik steeds op dit kasteel verlaten we het dorpje en gaan op weg naar ons einddoel voor vandaag: Alquife. Ongerwaeg komen we nog in een verlaten stuk een roedel zwerfhonden tegen. Dat zie je hier geregeld. Deze zijn met z’n zessen. Maar het valt op dat ze "poeslief" zijn. Ze blaffen nauwelijks en schijnen zelfs bang  te zijn voor ons. Als wij hun naderen, zoeken ze hun beschutting onder de amandelbomen. Gelökkig mer, want ich höb ut neet zoeë op loslaupende huunj. In de verte zien we Alquife al liggen. Ook dit is weer een plaatje met op de achtergrond de besneeuwde toppen. We lopen nog langs een verlaten ertsmijn, waar nog heel veel is achtergelaten. Zoals verlaten rijen huisjes, welke getuige waren van een misschien wel eens rijke historie.

 

Bij binnenkomst van dit dorpje worden we als het ware opgewacht door de hospitalero van dienst. Twee dagen geleden kregen we een flyer door hem aangeboden, zomaar onderweg toen we uit een bedding omhoog klommen en naar de verharde weg liepen om vervolgens weer af te buigen de heuvels in. Hij vraagt ons in te stappen en neemt ons en Joe, the man from Chicago mee naar de albergue die helemaal buiten het dorp ligt. Zo komen we terecht in de prachtige albergue Lacho en hier krijg je ook wat: een compleet woonhuis, keuken, grote woonruimte, TV, de wijn staat klaar,  3 ruime slaapkamers, dekens, enz. en incl. ontbijt € 13,00. Daarvoor wordt de was voor iedereen gedaan en als we willen, maar dat willen wij niet is er een diner voor  € 7,00. Een vegetariër en een glutenvrij etende diabeticus gaan voor een tortilla met champignons en een salada mista verde. Hoije 

P1040420_optP1040427_optP1040421_optP1040432_optP1040433_optP1040436_optP1040438_opt

Zondag 15 april

 

Alba - Huenja 21 km. 

 

Sneeuwtoppen en genieten. 

 

Vandaag neem ik Jan, wandelmaatje van Ger, het verslag voor mijn rekening. Voor ons vertrek heeft de hospitalero toast, jam, cakejes klaar staan. We hebben een goede nacht gehad in de bijzondere Alberge. Het stadje uit, door een tunneltje onder de autoweg het brede dal in. Vandaag afwisselend mooie paden,asfalt, stenige landweg. Het valt opnieuw op dat de droge rivierbedding dient als "verbinding" tussen woonhuizen en olijf-, fruitgaarden. Achterom kijkend staan minstens 50 windmolens in een heiïge atmosfeer hun werk te doen en gedurende de gehele dag rijgen de besneeuwde toppen van de Siërra Nevada zich aaneen. In het brede dal rotsformaties: bruin/rode blokken deels ontstaan door industriële activiteit of erosie. Waarover praten we, naast de stille meters die onze voeten gaan: gemaakte reizen, familieperikelen, we maken elkaar attent op details in de omgeving zoals bloesem, besneeuwde toppen, zwerfhonden, het geluid van een bosmaaier die onder de olijfbomen en fruitbomen het gras kort snijdt.

 

Enige bedrijvigheid is er ook op deze zondagmorgen, de oever van de droogliggende rivier wordt geëgaliseerd met de vruchtbare aanzetting, een nieuwe olijfgaard in wording. De gedachten gaan zoals elke morgen naar huis, Marij onze jongens, kleinkinderen en schoondochters, hoe ziet hun dag eruit, welke activiteit staat op de agenda. Zojuist zag ik op een app prachtige foto's van de kleinkinderen, dat raakt mijn altijd aanwezige heimwee, dat is een mooi cadeautje! Ger en ik maken het goed, de val gisteren van Ger heeft als herinnering een pleister aan zijn pink en links en rechts wat schaafwonden. De lange en pittige dag van gisteren brengt voor vandaag over de ruim 21 km. Een gemiddelde van 4,4 km op de IPad. We stijgen gestaag van 810 m. naar 1170 m. De inspanning van de tapas die we rond 15.00 uur aten is vergelijkbaar met de energie die de tocht vandaag heeft gekost en voor de fantastische hoeveelheid gerechten die op tafel komen incl. een biertje en glas wijn voor de onvoorstelbare lage prijs van € 15,00. Let op: voor ons beiden. In de kleine bijna claustrofobische herberg treffen we Veronica van de asociecien uit Almería aan als hospitalero. De soep met vlees en andere ingrediënten, macaroni b.v. is jammer genoeg een brug te ver voor een glutenvrij-eter en vegetariër.

 

In de verder verlaten kerk krijgen we in de sacristie een mooie stempel, de kerk is de rest van de dag gesloten. Een meevaller dus. Nu zittend in een zonnetje dat moeite doet om door de bewolking heen haar warmte af te geven, zitten we op een terras en vullen de tijd met schrijven. De dag van morgen moeten we nog in beeld gaan krijgen maar eerst van een rondje door Hueneja genieten.

Later op de avond gaan we met de hele meute: hospitalera Veronica, een Londenaar, iemand uit Chicago, een Spanjaard, een Canadees, Jose uit Puerto Rico en Margret uit Australië, Ger en ik nog iets drinken in een barretje. Zoals altijd overigens staat ook hier de TV aan. En ja hoor: de stierengevechten in verband met Feria de Abril in Sevilla zijn er op.

P1040401_optP1040403_optP1040442_optP1040408_optP1040409_optP1040410_optP1040414_optP1040415_opt

Zaterdag 14 april

 

Alboloduy - Abla  30 km

 

Kalm aan en toch nog ongeroet!

 

Gisteravond was de planning om weer zelf te koken. Om vier uur liepen we het dorp in. Dit dorp is gebouwd op en tegen de rotsen met grote hoogteverschillen. Na een kleine rondgang begon het te regenen. Veur hobbele omlieëg om oet te komme biej de bar van ozze aankomst hiej. Binnen zitten Margret en Joe zo te zien al lekker te eten. Wij nemen plaats aan een tafeltje langs hun. Drinken eerst koffie, zien dat ze wifi hebben en ik vraag maar gelijk om de code. Als ik mijn verslag heb doorgestuurd naar huis vragen we of we ook een hapje kunnen eten. Geen probleem, dat kan. Ik bestel hetzelfde als Joe- frites, vier stukjes vlees en een groente/paprikamix- en Jan besteld i.p.v. vlees, vis. We drinken er een rode wijn bij en het smaakt voortreffelijk. Nao ut aete neme veur nog eine rundje roeje wien. Proost, santé. Wat boffen we dat we niet zelf hoeven te koken vanavond. Het zou trouwens een probleem zijn geworden aangezien de albergue helemaal vol is. Als Jan gaat afrekenen hebben we hier voor vijftien euro samen gegeten en gedronken. Onvoorstelbaar weinig. Dao kenne veur zelluf neet veur gaon kaoken. Als we weer terug zijn bij de albergue lopen we nog via een kort maar steil pad naar een Ermita die boven op de berg ligt achter onze albergue. Wat een fantastisch uitzicht hebben we hier en dat in een heerlijk schijnend zonnetje. Om zeven uur moeten we weer onder zijn. Joana, de beheerster van de albergue komt ons inschrijven en we kunnen tevens betalen. Van oorsprong is ze een Duitse is uit Sleeswijk Holstein. Een leuke vlotte meid. 

 

Vanmorgen  beginnen we met ons te verslapen. Het plan was om half zeven op te staan zodat we om zeven uur in de bar waren voor koffie en onze broodjes. Maar helaas, de hele nacht geen oog dicht gedaan. Waat ein helle matrasse haaje ze hiej. Niks voor mijn rug. Maar ja, dan val je tegen de morgen aan in slaap. Om kwart over zeven maakt Jan mij dan ook wakker. Snel een kattewasje en weg naar de bar voor ons ontbijt. Kwart over acht gaan we op pad voor een lange en wat later zou blijken zware tocht.

Het begin is weer door de bedding van de waterloze rivier Rio Nacimiento. Drie en een halve kilometer lang. Dan wijst Mary ons rechts de berg op. Weg uit de bedding. Gelukkig, toch de klim langs de rotswand omhoog is pittig. Maar het is een fantastische klim over dit “bergsteigerpad”. Over steile geitenpaadjes komen we alsmaar hoger. Ongerwaeg passeren we Margret en genieten we van de prachtige omgeving. Boven aangekomen lopen we even op gelijke hoogte. En dat is verdorie fijn. We zien nog een of andere waterbunker uit 1903 voordat we via veel haarspeldbochten omlaag moeten. En wao motte veur haer? Juist, naar de de droge Rio Nacimiento!

 

Deze is bijna dichtgegroeid door de hoge overhangende bamboe. Bamboe zo ver als je kunt kijken en geregeld moeten we bukken om er door te kunnen. Het maakt het extra inspannend het aantal km. door de droge bedding van de Rio Nacimiento. Droge bedding die bestaat uit stenen, grind en een mengsel van zand en grit. Het gebied is verlaten en maakt een verpauperde indruk met links en rechts een ruïne: vervallen glorie. Ingenieuze systemen maken het mogelijk om olijfgaarden onder water te zetten waardoor er onder de vruchtdragende bomen een groene grondbedekking ontstaat. Dit geldt soms ook voor sinaasappelboomgaarden.

Na vele kilometers door de Rio met een stevige tegenwind komen we aan in het dorpje met de toepasselijke naam: Nacimiento. Het is half twaalf en aan een oudere señor vragen we waar een barretje is. Hij is op zijn balkonnetje de bloemen water aan het geven, maar zegt tegen ons dat hij omlaag komt. Steunend op zijn wandelstok gaat hij ons voor. Waat doon veur dae ouwe señor tog aan! Maar wij drinken even later een lekker bakje koffie en ik eet nog yoghurt met glutenvrije muesli. Ondertussen zit de hele meute pelgrims van gisteravond hier. Om twaalf uur stappen we op. 

 

We lopen dit leuke dorpje uit en de pijlen wijzen naar.... alweer de Rio Nacimiento. Kilometers ploegen we voort door de bedding. Dan loopt het weer makkelijk, dan weer over dikke keien, maar ook weer over een hele fijne losse steenslag. Daarbij een fikse tegenwind. Wat ons opvalt is dat deze rivierbedding ook gebruikt wordt als een soort verbindingsweg tussen de dorpjes maar ook voor de tuinbouw, m.n olijfbomen staan er veel. Ja, je moet die auto's hier doorheen zien rijden. Als we ook hier weer uitkomen, raadpleeg ik Mary. Het zijn dan nog zeven, acht kilometer naar Abla. Ik zeg tegen Jan: ich hub genog van de Rio bedding. Ik stel voor de verharde weg te volgen tot in Abla. Jan gaat er direct mee akkoord.

Over de verharde weg gaan we verder richting Ocana. Ongerwaeg heb ik regelmatig mijn bloedsuiker gecontroleerd. Gelukkig iedere keer waardes tussen de vijf en acht. Perfecto. En als ik voor de laatste keer meet is mijn waarde 5.8. Prima denk ik bij mezelf.

 

Maar vijf minuten later lig ik verdomme wel met mijn snuffel op het asfalt. Ik struikel waarschijnlijk over een stukje staal dat uitsteekt. Met de nodige schaafwonden aan de hele rechterkant gaan we verder. In Ocana gaan we van de route af om even in een barretje wat te drinken en de schade van de valpartij op te nemen. Op het toilet was ik alles grondig af en  van Jan krijg ik een pleister. We drinken nog wat, krijgen een mooie stempel in onze credential en gaan dan voor de laatste zes kilometers verder. We blijven op de verharde weg waar gelukkig bijna geen verkeer op is. Gestaag gaat het omhoog.

Als we twee kilometer voor Abla zijn, krijgen we een prachtig panorama voorgeschoteld. Waat zien die bergtoppe met sjnieje tog sjoeën. Ein plaetje waerd. Bij binnenkomst in Abla moeten we het hele dorp door naar de albergue municipal., die helemaal aan de andere kant ligt. Bij aankomst worden we hartelijk ontvangen door de hospitalero van dienst. Een pracht albergue is het. Nadat ik gedoucht heb, verwissel ik mijn infuussysteem en plaats een nieuwe ampul insuline in de pomp. Dan gaat ons wasje in de droger en wij gaan op zoek naar eten. Maar helaas, niet voor acht uur. We eten dan maar in een barretje wat salade met tonijn en nog zo het een en ander wat ik niet direct thuis kan brengen. We laten ons verrassen. Hoije.

 

  

Een lange dag onder de voeten, 

Dat was het vandaag.

Ongerwaeg was het prachtig,

We vorderen gestaag.

 

We naderen onze plek,

Voor de komende nacht.

Trots op onze voeten,

Zij hebben ons hier gebracht.

 

Met hun witte muts op,

Gaan de bergen slapen.

Wij zijn er ook voor klaar,

We zitten maar wat te gapen. 

 

P1040374_optP1040393_optP1040384_optP1040391_optP1040392_optP1040382_opt

Vrijdag 13 april

 

Santa Fe de Mondujar  -  Alboloduy  18 km

 

Pittige heuvels

 

Even terug naar gisteravond. Het meisje van de Casa Olivo vertelde ons dat je dichtbij kon eten. De zaak zou om vijf uur open gaan. Dit schreef ik gisteren dus. Maarrrrr als we rond half zes voor de deur staan, is deze nog dicht. Dan maar even een klein pilske in de enige bar. Drie kwartier later gaan we terug. En wat zeen veur....ut is mer eine kleine winkel van sinkel. Ze hebben van alles een beetje. Ja, dan zelf maar koken want dat kunnen we gelukkig wel in onze casa. Natuurlijk heeft dat meisje dit ook bedoeld. Eten kopen en zelf koken. Mer wat aete veur!!! Zes petatte, zes eikes, veer potjes yoghurt. Ik schil de aardappelen, Jan klopt 4 eieren en 2 koken we voor morgen mee te nemen. We maken er een  soort tordilla espanja van. Nou met de yoghurt erbij en de sinaasappelen van gistermiddag heeft het goed gesmaakt. We spoelen alles weg met een rood wijntje aangeboden door Margret. Tegen de avond kregen we nog twee pelgrims er bij in onze casa: Matt uit England en Margret uit Australië. Leuke mensen.

 

Vanmorgen om half acht pas op. Op het programma een korte etappe. In het barretje drinken we koffie en eet ik mijn broodjes op. Een yoghurt met muesli na. Dit moeten genoeg koolhydraten zijn om in elk geval de eerste kilometers mee door te komen. Na dit ontbijtje lopen we Santa Fe de Mondujar uit en meteen gaat het ‘de bult op’ en stijgen we behoorlijk. Dit is voor ons de eerste echte kennismaking met de voorlopers van de Siërra Nevada. Een schitterende wandeling, de zadels in de keten van heuvels zie je liggen en dan weet je het, op en neer wordt het vandaag.

Een aantal km. lopen we op de GR 140 over bergpaden door een stenig en dor landschap, maar wel indrukwekkend.

 

Op en af door de kom van het dal genieten we van al het mooie om ons heen. Als we hier dan weer uit moeten, gaat het weer pittig omhoog. Het blijft tot Alhabia op en af gaan. Korte stevige kuitenbijters zowel omhoog als omlaag. De eerste blik op Alhabia is geweldig. Als we tegen elf uur hier arriveren,  gaan we eerst voor een stempel naar het pelgrims infocenter. Op het terrasje van restaurant Perez treffen we Margret. Maar het wordt ook bevolkt door een groep wielrenners, Spanjaarden met magere ‘kontjes’ in super fluorerende outfit en dito racefietsen: TREK-PROPEL-en andere mooie speeltjes. Spaanse bravoure, vlotte babbels en bruine afgetrainde beentjes. We schuiven aan voor een pauze met koffie con leche. Ongerwaeg  heb ik mijn bloedsuikerspiegel gemeten en deze was perfect. Ook nu bij deze pauze meet ik even, 6.8 geeft de meter aan. Perfect, haaje zoewe. Als we Alhabia verlaten gaat de camino helemaal over een pad naast de droge bedding van de Rio Nacimiento naar ons einddoel voor vandaag Alboloduy. Het loopt lekker en ongerwaeg plukken we nog maar eens enkele sinaasappelen. Wat zijn ze sappig. Onze slaapplek is in El Albergue de Alboloduy, die gisteren al door Margret is gereserveerd. Als we in dit dorp aankomen moeten we ene Joana bellen. Zij zal ons de weg wijzen naar de albergue die op een stuk rots ligt. En dus gaan we dan weer de hoogte. 

Op de afgesproken tijd is ze er en vertelt ze ons waar we de sleutel kunnen  vinden. Een kort stevig klimmetje brengt ons bij de albergue. Een mooie plek met een prachtig uitzicht over de bergen en het dorp. Drie stapelbedden staan er. Na ons komen Margret en Matt en de Amerikaan Joe uit Chicago nog aan. Vanavond koken we weer zelf. Het enige restaurant gaat pas om acht uur open wat voor mij te laat is. Om vijf uur gaat de kleine supermarkt open en dan gaan we hier onze inkopen doen voor vanavond. Ein lekker stuk vis, dao hob ich waal zin in. Veur zalle zeen. Hoije.

 

 

P1040353_optP1040366_optP1040374_optP1040442_optP1040367_opt

Donderdag 12 april

 

Almería - Santa Fe De Mondujar  24 km

 

Rio Andarax en sinaasappelen

 

Beiden goed geslapen, staan we om zeven uur op. Om half acht zijn we op pad naar hotel Catedral gelegen bij de Catedral. Gisteren werd ons verteld dat we daar een stempel konden krijgen. Nou het is niks bijzonders wat in onze credential is gezet. Als we weer buiten staan, spreekt een man ons aan. Un cello de Peregrino? Si señor. Kom maar mee. Hij neemt ons mee naar een kantoortje achter de Catedral en voila: des pas unne sjoeëne sjtempel!  Gracias señor. Dan is het de hoogste tijd voor koffie. Vlak bij de route gaan we op een terras zitten. Mijn broodjes, die ik van thuis nog had meegenomen en een lekkere bak koffie smaken goed. Om kwart over acht beginnen we aan onze Camino Mozarabe. Heerlijk wandelweer is het en de route om de stad uit te komen is goed aangegeven. Tog mot ich twieje kier Mary te veursjien haole. Dik anderhalf uur hebben we nodig om de stad cq buitenwijken uit te komen. We komen langs het vervallen en onttakelde voetbalstadion van de plaatselijke FC-Almeria dat zijn gouden jaren beslist achter de rug heeft. Dan staan we plots midden in de Rio Andarax. Hier loopt de camino midden door. Gelukkig voor ons staat er geen water in. Maar over de stenen en het mulle zand loopt het niet prettig. Als we hier weer uitkomen gaat het over asfalt weer verder. De zon schijnt heerlijk. Wat willen we nog meer! In het plaatsje Rioja nemen we een pauze. Maar eerst lopen we door naar de albergue Peregrino die groots wordt aangegeven. “Misschien dat ze hier een mooie stempel hebben”, zegt Jan. Helaas ligk dae mesjien waal op de berg veur os. Veur vinje um neet. We gaan op zoek naar een barretje voor een koffie con leche. Veel keuze is er in dit dorpje niet maar we vinden er een. Na onze pauze gaan we verder.

 

Een vrouwtje ziet ons de weg zoeken en wijst ons op de markering op de weg. Verdorie sjtaon veur der bienao met de naas op. Gracias señora. Achter Rioja gaan we weer een heel stuk door de bedding van de uitgedroogde Rio Andarax. Van veraf zien we ons einddoel voor vandaag al liggen. Maar het is nog behoorlijk ver. Ongerwaeg enorm veel sinaasappelen. Her en der wordt er flink geoogst. Ook wij oogsten mee. Jan plukt twee dikke sinaasappelen. En deze stoppen we in onze rugzak. Jacobus zal het ons vergeven. Over een heuvelachtige weg met een prachtig zicht op de bergen waar nog sneeuw op ligt, naderen we Santa Fe de Mondujar. Bij aankomst lopen we het gemeentehuis binnen waar een informatiepunt voor de Camino Mozarabe is. We vragen naar een slaapplek. Meteen wordt er gebeld naar de beheerster. Als we nog even kunnen wachten, want er wordt nog gepoetst. Tuurlijk kan dat!  We gaan op een bankje voor een bar zitten en wachten. Twintig minuten later worden we door de jongeman van het gemeentehuis en een jonge meid meegenomen. Voor 15 euro p.p. kunnen we terecht bij Casa El Olivio. Een prachtig huisje met alles er op en er aan. Zelfs wifi is aanwezig. Na een heerlijke douche en de kleertjes wassen, hebben we nu alle tijd aan ons zelf. We kunnen vanavond vlakbij ons huisje eten. Dat is dan weer mooi meegenomen. Tot morgen. 

 

De eerste indrukken van deze nog jonge Camino (als Mozarabische handelsweg al honderden jaren dienst gedaan, als Camino vanaf 2012 ontwikkeld en ‘op de kaart gezet’ door de Acociación Jacobea en operationeel sinds 4-5 jaar) zijn overweldigend: km ’s. lang gewandeld door de geuren van sinaasappel- en langs citroenbomen, er wordt nu al/of nog geoogst. Prachtige bloesem dus ook het voortdurende geluid van bijen, die druk bezig zijn met hun dagelijkse werk. Het terrein waarin we lopen is heuvelachtig, dan weer vlak als de rivierbedding de ondergrond vormt. Her en der een perceel met een plastic tunnel voor de teelt van tomaten en courget. Dorre heuvelkammen en in de verte de eerste hoge toppen met de eeuwige sneeuw van de Sierra Nevada.

 

 

P1040343_optP1040347_optP1040350_opt12-412-4_opt

Woensdag 11 april

 

Vertrek naar Almería.

 

Om kwart over vijf ben ik al op. Slecht geslapen maar dat zijn de gebruikelijke zenuwen. Samen met Thea ontbijt ik en werp nog een blik op mijn rugzak. Zal ik niks vergeten zijn? Mer dao ligk nieks mier dus alles zit d'r in. Om tien over zes rijden we richting Horst. Hier pikken we mijn wandelmaatje Jan op. Als we aankomen, staat Jan samen met Marij al klaar. Zoon Joris met vrouw en zoontje komen ons nog uitzwaaien. Als we afscheid hebben genomen, gaan we op weg naar Eindhoven. Het is druk op de weg, maar gelukkig kunnen we aardig door rijden. Tegen half acht zijn we op het vliegveld. Thea zet ons bijna voor de deur af. Ein paar dieke kusse, eine dieke knoevel en den geit ut weer op hoes aan. Wij printen de bagagelabel uit en zijn dan verlost van onze rugzak. Na een kopje koffie gaan we naar de controle. Natuurlijk slaat bij mij weer alles op rood als ik er doorheen ga. Komt door de insulinepomp en afstandsbediening, die ik beiden in mijn zak heb. Tja, dan word je uitgebreid gefouilleerd. Om precies kwart voor tien gaan we de lucht in. Na een rustige vlucht landen we om half een in Malaga. 

Hier drinken we eerst koffie en eten onze broodjes op.

 

De bus naar Almería vertrekt om kwart over twee bij terminal 3 op het vliegveld. Om twee uur kunnen we instappen. Onze namen staan op de passagierslijst, dus geen probleem. Het wordt een lange zit voor de 220 km die we moeten afleggen om in Almería te komen. Maar we genieten van de mooie uitzichten. Rechts van ons de zee, links de bergen. Het zonnetje schijnt lekker. Wat wille veur nog mier. Zo'n 60 km voor Almería komen we in het tuinbouw-gebied. Niks dan plastic kassen zo ver je kunt kijken. Wat een aanfluiting voor de omgeving. Ik zeg tegen Jan: wanneer zullen de bergen vol staan. 'Een bedorven landschap', zegt hij.  Inderdaad een landschap waar je snel het etiket 'bedorven' op zou plakken. Tevens toch van groot belang voor een acceptabele levensstandaard. Hier ga je toch niet op vakantie met zoveel plastic om je heen. Om half zes komen we, na een rit van drie uur en een kwartier, aan in Almería. Via Mary (ja, mijn “GPS-vriendinnetje” is ook weer van de partij) vinden we onze weg door de stad naar ons hotel. Onderweg bezoeken we de Iglesia Jacobeo waar we langs komen. Ook komen we langs de kathedraal, maar helaas is deze dicht. Na het inchecken gaan we op zoek naar het pelgrimsbureau van de Jacobsvereniging van Almeria. Dit is snel gevonden.

 

Wat een ontvangst krijgen we hier. Ein ontvangst met de nuuëdige kusse. Veronica en Mercedes vinden het geweldig. Een mooie stempel voor in de credential, een speldje in de vorm van de gele pijl en een hele mooie halsdoek van hun Jacobsvereniging krijgen we. Ut ken neet op hiej. Geweldig. Wonderlijk dat we de 2 dames, Marliese Hammer en Margret Hopf, schrijfsters van het pelgrimsboek “Pilgern und Kultur” in het gebouw van de Asociacion treffen en hebben gesproken. Deze Duitse dames maakten gebruik van een meereizende camper, liepen korte dagafstanden met een logistiek omslachtige breng- en ophaalservice. Zo gaan wij het beslist niet aanpakken! Een boek overigens waarin we tijdens de voorbereiding weinig bruikbare informatie vonden voor de aanpak van onze Camino. Na een babbeltje en wat informatie gaan we, nadat ze ons op de foto hebben gezet, op weg naar de Iglesia Jacobeo. Hier kunnen we terecht voor een stempel tussen zeven en acht. Een prachtig klein kerkje met prachtige beelden. De pastoor stempelt onze credential en dan gaan we kijken waar we een hapje kunnen eten. Grote porties krijgen we voorgeschoteld. Ik had pulpo met frite. Ut ging, mer wat eine houp pulpo. Jan had een portie aubergine gebakken in honing. Ook zo'n grote hoop. Dan maar niet te spreken over de salade mista.

Zo, ik brei er een eind aan. Tot morgen.

 

 

Camino Mozarabe (Almeria-Merida) vanaf Granada draagt deze oude Moorse weg en tevens Jacobus-route de naam Camino Califato.

 

Almeria: ALMARIYYAT in 955 opgebouwd door

Abderrama’n de 3’.                               

Ter verdediging van de stad bouwde hij ook het strategisch gelegen ALCACABA.

Uit het antieke Mezquita Mayor ontstond na 1489 (overname door Reyes Católicos Isabell en Ferdinand) de Kathedraal Fortaleza (1522 verwoest door een aardbeving) Naast de Kathedraal is de Iglesia de Santiago een bezienswaardigheid.

 

P1040334_optP1040338_optalmeria-1